De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 71
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
meende, dat de uitoefening van grondrechten in het algemeen bij contract
mag worden prijsgegeven. Hij stelde, dat een ambtenaar door in overheids-
dienst te treden zich vrijwillig aan dergelijke beperkingen onderwerpt.'"
Daartegenover staat de opvatting van Krabbe, dat waar de Grondwet de
grondrechten onder haar hoede neemt en deze voor de wetgever onaantast-
baar maakt, de grondrechten ook langs contractuele weg niet beperkt
kunnen worden. Wat de wet niet mag breken, kan ook het contract niet.''
De opvatting van Krabbe gaat voorbij aan de omstandigheid, dat de grond-
rechten zijn bedoeld als een bescherming van de burgers tegen onrechtmatige
inbreuken door de overheid van zijn privésfeer. Tot de organen van de staat,
waartegen de burger beschermd behoort te worden, moet zeker ook de wet-
gever worden gerekend. Het spreekt vanzelf, dat de wetgever de grondrech-
ten niet eenzijdig mag breken. De grondrechten bestaan uit een vrijheid van
de burger tot handelen. Daarom kan de burger in beginsel over die vrijheid
beschikken. Hij kan in beginsel bepalen, of, en zo ja, op welke wijze hij de
hem door de Grondwet verschafte vrijheid wenst te beperken. Dit is een
onderdeel van zijn vrijheid. Tegen de opvatting van Krabbe pleit ook, dat de
grondrechten de neerslag vormen van de vrijheidsgedachte, die aan de Grond-
wet ten grondslag ligt en die beoogt de staatsburgers een zo groot mogelijke
vrijheid te waarborgen.
Men kan dus de burger niet de vrijheid ontzeggen om, indien hij dat wenst,
zijn vrijheid bij overeenkomst te beperken. In deze geest heeft ook de rechter
zich in het Mensendieck-arrest uitgelaten.'^ De rechter overwoog toen, dat
het onderwijsartikel in de Grondwet 'niet in de weg staat aan een overeen-
komst, waarbij de ene partij zich tegenover haar wederpartij verbindt om
onder bepaalde omstandigheden van het recht tot het geven van onderwijs
geen gebruik te maken'. Het strookt derhalve met de aan de Grondwet ten
grondslag liggende vrijheidsgedachte om de burger de vrijheid te laten zijn
vrijheid vrijwillig te beperken.
De overheid heeft, evenals de burger en zonder daarbij met de Grondwet in
conflict te komen, de mogelijkheid om met de burgerij grondrechtbeperken-
de overeenkomsten aan te gaan. Wanneer immers de rechthebbende wel de
vrijheid zou bezitten om zich tot een beperking van de uitoefening van de
grondrechten te verbinden, terwijl de overheid die vrijheid ontbeert, dan is
ook de vrijheid van de rechthebbenden zinledig.
worden geregeld; en zoo ja, hoe in hoofdzaak?' Tot op de huidige dag blijft omstreden of
aanstelling en positie van de ambtenaren contractuele elementen bevatten; zie o.a. 'Neder-
lands Bestuursrecht', blzz. 167 e.v. Thans doet zich het vraagstuk van de contracteervrij-
heid met betrekking tot de grondrechten vooral voor in verband met de derdenwerking
der grondrechten; vgl. het Mensendieckarrest, HR 31 oktober 1969, NJ 1970 nr. 57. Zie
ook par. IV.2.4.
90. T.a.p. deell, blz. 61.
91. Prof. mr. H. Krabbe: 'Welke is de aard der rechtsverhouding van den Staat tot zijn
ambtenaren; moet zij wettelijk worden geregeld; en zoo ja, hoe in hoofdzaak?', preadvies
NJV 1897, blzz. 63—102. Zie voorts mr. Th.A.M. van der Horst: 'Ambtenaar en grond-
rechten', ac.pr. VU 1967, blz. 78.
92. Vgl. Burkens, blzz. 12 en 13; staatscommissie Cals/Donner, tweede rapport, blz. 43.
61
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's