Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 219

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 219

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

principieel — en dus niet alleen pragmatisch — slechts dan vast kan staan,

v/anneer de eigen aard zowel in het onderwijs als in het onderzoek kan

worden gewaarborgd.

Het is hier niet de plaats om te onderzoeken of de bijzondere instellingen

haar eigen aard thans nog wel voldoende waar maken.'"* Elke instelling zal

zelf moeten beoordelen of aan de richting van de bijzondere instellingen nog

wel voldoende inhoud wordt gegeven. Wel bestaat er aanleiding tot de vraag

of de bijzondere instellingen wel voldoende streven naar een duidelijke profi-

lering van hun eigen aard. Blijkt uit het onderwijs genoegzaam, welke de be-

tekenis van een bepaalde rangorde van waarden heeft voor de beoefening van

de wetenschap? Vertegenwoordigen de bijzondere instellingen nog wel een

eigen wetenschappelijke stroming?'"'^

Het bijzonder onderwijs geniet ook thans nog voldoende vrijheid om aan

de richting gestalte te geven. De Grondwet noemt er twee: de vrijheid van de

keuze van de leermiddelen en de vrijheid van aanstelling der onderwijzers.

Daarnaast staan nog de vrijheid van inrichting van het bestuur, de vrijheid

van inrichting van het onderwijs, de vrijheid van leermethode en alle verdere

onbenoemde vrijheden, waardoor de bijzondere instellingen aan hun richting

vorm en inhoud kunnen geven. Voor een belangrijk deel zijn al deze vrij-

heidsrechten de afgeleiden van de vrijheid van richting en dienen door de

wetgever in acht te worden genomen.

Nu is het opvallend, dat de bijzondere instellingen van wetenschappelijk

onderwijs steeds met kracht van argumenten hun vrijheid tegenover de over-

heid hebben verdedigd. De meeste beperkingen van de vrijheid van de bij-

zondere instelUngen zijn door hen vrijwillig aanvaarde restricties; slechts in

een gering aantal gevallen heeft de wetgever deze vrijheid op minder juiste

wijze ingeperkt. Ondanks hun vrijheid maken de bijzondere instellingen toch

een vrij matig gebruik van de mogelijkheden, die die vrijheid hen biedt.

106. Vgl. prof. dr. E.C.F.A. SchiUebeeckx: 'Deconfessionalisering der universiteit?', in

U+H 1966-1967, blzz. 428-434. Zie ook 'Katholieke Universiteit?', 1971, in Annalen

Thymgenootschap 59—1971.

107. Vgl. een interview met prof. dr. P. Nijkamp in Ad Valvas, juni 1975: 'Geloofsver-

slapping één van de grootste problemen op de VU".

207

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 219

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's