De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 179
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
Naar aanleiding van deze eerste studentenbezetting verklaarde een ge-
schokte minister Veringa in de Tweede Kamer, dat de KHT er van uitging,
dat de gewenste bestuurshervorming niet binnen het kader van de bestaande
wetgeving tot stand kon worden gebracht, en dat ook hij meende, dat de eis,
dat colleges van curatoren het beheer over de bijzondere instellingen voeren
wel niet met zoveel woorden in de wet werd gesteld, 'maar het wettelijk
stelsel gaat er wel vanuit dat in deze bijzondere instellingen aan datgene wat
in onze universiteiten een traditie is (. . .) moet worden voldaan'.'*" Aan deze
onjuiste verklaring werd nog het eveneens onjuiste argument toegevoegd, dat
al in de HO-wet de voorwaarde was gesteld, dat een college van curatoren het
beheer voert, 'zodat ook zij wat dat punt betreft met de openbare gelijk
moeten staan'.'*'
Niet alleen was hier de minister met zijn verklaring abuis, maar ook de ver-
tolkte opvatting van het college van curatoren van de KHT, dat een bestuurs-
hervorming niet binnen het kader van de vigerende wet zou zijn tot stand te
brengen, is bepaald onjuist. De bijzondere instellingen genoten in beginsel
vrijheid om het bestuur van hun instellingen naar eigen goeddunken in te
richten. Dat de bijzondere instellingen ook zonder wetswijzigingen vergaande
bestuurshervormingen konden doorvoeren, lijkt ook te worden bevestigd
door de in 1968 aan de KU verwezenlijkte bestuurshervorming. Hier aan-
vaardden de besturende colleges het beginsel van medebeslissingsrecht van
alle universitaire geledingen op alle niveau's met betrekking tot alle aange-
legenheden; ingestemd werd met de instelling van een universiteitsraad."*'"
In mei 1969 sloeg een revolutionaire golf door alle Nederlandse universi-
teiten en hogescholeni**'^ de discussie kwam in een stroomversnelling: een
hervorming van de universitaire bestuursorganisatie 'van waarlijk revolutio-
naire allure begon zich af te tekenen'.'*'-^ Een stroom van studentenprotest
veelal in de vorm van bezettingen ging door de instellingen en onder druk
daarvan hielden maar weinig bestuurscolleges vast aan de geldende uitgangs-
punten. In een verklaring van de Tilburgse senaat werd uitgegaan van een
'medebeslissen van alle geledingen op alle niveaus';'*^^ in deze geest werden
ook aan de openbare instellingen heel wat vérstrekkende verklaringen uitge-
geven.'"'' In deze vloedgolf wisten de besturende colleges van de VU zich nog
408. De minister verklaarde: 'dat de kwestie van het sluiten van de hogeschool een zaak
is van de curatoren, daar zij volgens de wet de eerste verantwoordeüjkheid dragen ( . . . . )
Voor Tilburg als bijzondere hogeschool geldt dat zo mogeüjk nog meer dan voor de open-
bare universiteiten en hogescholen'.
409. Handelingen II 1967-1968, blzz. 2726-2728 en ook 2750-2773.
410. Zie de Discussie-nota Bestuursstructuur KU van november 1968.
411.VgI. Cohen, blz. 52.
412. Aldus Aniens, blzz. 3—4.
413. Verklaring dd. 7 mei 19.69.
414. Brief OW dd. 3 juni 1969, DGW 182038, geeft een overzicht van alle uitgegeven
verklaringen.
167
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's