De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 186
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
Dit betoog ondervond slechts weinig tegenspraak. AR-fractieleider De
Gaay Fortman wees er slechts op, dat voor hem de eigen aard van de bijzon-
dere instellingen niet was gelegen in de confessie, maar in een bepaalde rela-
tie tussen wetenschap en geloof. Daarmee schreef ook hij de NEH als bijzon-
dere hogeschool af, terwijl hij bovendien in het geheel geen melding maakte
van de veel ruimer grondwettelijke vrijheid van de bijzondere instellingen.
Nog meer te betreuren was, dat ook de minister de zienswijze van senator De
Rijk in hoofdzaken onderschreef door onder meer te verklaren, dat 'eigen
aard' moet worden gelezen als 'voor zover dat uit hun privaatrechtelijk
karakter voortvloeit'. Met deze uitspraak kwam hij in conflict met hetgeen
in het overleg met de bijzondere instellingen door dezen ten aanzien van het
door de minister aangenomen voorstel uitdrukkelijk was gesteld: dat de eigen
aard zowel betrekking heeft op de eigen structuur als op de richting van de
bijzondere universiteiten en hogescholen. De reactie van de minister op de
opmerkingen van senator De Rijk moet dus als onjuist worden afgewezen.
Nog in 1970 bereikte de wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 het
staatsblad.'*'*' In de loop van 1971 en 1972 trad de wet voor alle openbare en
bijzondere universiteiten en hogescholen — echter met uitzondering van de
Medische Faculteit Rotterdam en de NEH — in werking.^^" De WUB is
sedert haar inwerkingtreden nog herhaaldelijk gewijzigd en verlengd.''^' De
werkingsduur van de WUB is uiteindelijk verlengd tot 1 september 1982; de
verwachting bestaat, dat tegen die tijd meer zekerheid zal zijn verkregen om-
trent het uiteindelijk welslagen of mislukken van dit bestuurlijk experiment.
Met een aanvulling van art. 42 WUB heeft de wetgever bijgedragen aan een
verdere verwarring omtrent de toepasselijkheid van de bepalingen van deze
wet op de bijzondere instellingen. Bepaald is namelijk, dat 'de beslissing van
het bestuur van de vereniging of stichting op een verzoek als bedoeld in arti-
kel 55, eerste lid, van de raad van de bijzondere universiteit of hogeschool,
de bekrachtiging van Onze minister behoeft'.'*^^ Minister Veringa verklaarde
in 1970 echter, dat de materie van art. 55 WUB, te weten de experimenteer-
vrijheid, in de structuurregeling van de bijzondere insteüingen geregeld zou
moeten worden; hij gaf daarbij aan, dat art. 55 niet rechtstreeks op de
bijzondere instelhngen van toepassing is. Uit dien hoofde is de mogelijkheid
van een verzoek als omschreven in het nieuwe vijfde lid van art. 42 WUB dus
449. Wet van 9 december 1970, Stb. 601; de wet zal verder worden aangeduid als de
WUB.
450. De datum van inwerkingtreden van de WUB was voor de bijzondere instellingen in
zoverre relevant, dat zij binnen een jaar na die datum een structuurregeling moesten
hebben opgesteld. Zie over de toepasselijkheid van art. 58 WUB op de bijzondere instellin-
gen Bijlagen bij de HandeUngen II 1975-1976, no. 13744.
451. Het betreft de wijzigingen op grond van de Wet Rijksuniversiteit Rotterdam van 17
januari 1973, Stb. 8. Ook de Wet Herstructurering Wetenschappelijk Onderwijs van 12
november 1975, Stb. 656, heeft een aantal wijzigingen van de WUB tot gevolg gehad; vgl,
par. II. 7.
Verder is de WUB gewijzigd bij wet van 25 april 1974, Stb. 258; bij wet van 3 juli 1974,
Stb. 421. De wet van 12 mei 1976, Stb. 291, was slechts een tussentijdse verlenging van
de WUB, omdat de uiteindelijke verlengingswet van 4 mei 1977, Stb. 298, niet tijdig ge-
reed was.
452. Art. 42 lid 5 WUB.
174
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's