De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 192
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
democratisering een element vormt van de te subsidiëren activiteit. Slechts
wanneer dat het geval is, zijn democratiseringsvoorwaarden aanvaardbaar'.'*^*
Het is dan ook inderdaad zeer de vraag of de overheid tot het stellen van
democratiseringsvoorwaarden, i.e. tot het voorschrijven van een bestuursher-
vorming bevoegd is.
Ieder denkbaar verband tussen de bestuurshervorming en de bekostiging
van de bijzondere universiteiten en hogescholen ontbreekt dus: de financiële
macht van de overheid over het bijzonder wetenschappelijk onderwijs is ge-
bruikt om de betrokken instellingen oneigenlijke bekostigingsvoorwaarden
op te leggen. De slotsom moet daarom wel zijn, dat de in de WUB vervatte
bekostigingsvoorwaarde niet de kracht heeft van een vrijwillig aanvaarde,
speciale restrictie van de vrijheid van onderwijs en met name de vrijheid van
richting. Deze conclusie ligt in de lijn van een recent advies van de Onderwijs-
raad, waarin wordt uitgesproken, dat een aan het bijzonder basisonderwijs op
te leggen democratiseringsvoorwaarde 'in strijd met de vrijheid van onder-
wijs' is te achten."*'* Met andere woorden: de in de WUB vervatte voorwaarde
voor bekostiging van de bijzondere universiteiten en hogescholen strookt niet
met de vrijheid van onderwijs, zodat van een inconstitutionele beperking van
de vrijheid van onderwijs gesproken kan worden.'"^
III.9.7. De bestuurshervorming en de eigen aard van de bijzondere universi-
teiten en hogescholen
Begin 1972 legde het bestuur van de Vereniging, waar de VU van uit gaat,^^"
overeenkomstig art. 42 WUB de minister een concept-structuurregeHng ter
goedkeuring voor."*^' Bij het opstellen van deze structuurregeling was de in-
deling van de WUB nauwlettend gevolgd; mede als gevolg daarvan was voor
het bestuur der Vereniging zelf een niet zeer sterke positie ingeruimd. Welis-
waar kreeg dit college het recht om twee leden van het college van bestuur en
een groter aantal leden in de universiteitsraad te benoemen, maar de struc-
tuurregeling verschafte het bestuur der Vereniging niet de bestuurlijke
middelen om de richting van de VU effectief te kunnen handhaven. Aan de
universiteitsraad werd zelfs het recht gegeven om voorstellen tot wijziging
476. T.a.p. blz. 26. Zie in dit verband echter ook het rapport van de commissie-Van der
Burg over het democratisch en doelmatig functioneren van gesubsidieerde instellingen,
maart 1977. In dit rapport wordt alleen met betrekking tot het besturen van bijzondere
ondervrijsinstellingen een uitdrukkeUjk voorbehoud gemaakt omtrent de constitutionele
toelaatbaarheid van de voorstellen van de commissie.
478. Interim-advies van de Onderwijsraad dd. 4 november 1976, OR 111/88069 LO. Dit
advies werd uitgebracht naar aanleiding van het ontwerp van wet op het basisonderwijs;
Bijlagen bij de Handelingen II 1976—1977, no. 14428. Het advies van de Onderwijsraad is
bij het ontwerp gevoegd; zie blz. 84.
479. Hier kan buiten beschouvdng blijven of de WUB wellicht ook nog met andere vrij-
heden op gespannen voet staat.
480. De VU krijgt hier de meeste aandacht. Sedert de invoering van de WUB wordt het
college van directeuren weer aangeduid als het bestuur der Verenigmg.
481. Brief dd. 29 april 1972. De aangeboden structuurregeling werd aangeduid als het
VUR, het vu-reglement.
180
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's