De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 193
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
van de structuurregeling voor te bereiden en deze, behoudens goedkeuring
van het bestuur van de Vereniging, door te voeren.
De minister weigerde de aangeboden structuurregeling goed te keuren, om-
dat hij deze beschouwde als een ongeoorloofde samentrekking van wat hij
f onder een structuurregeling verstond en van een door de universiteitsraad op
te stellen bestuursreglement.''^^ Zonder een oordeel over de inhoud van het
aangeboden concept uit te spreken verzocht hij het bestuur der Vereniging
dit te willen splitsen in een structuurregeling en een bestuursreglement om
deze beide reglementen dan vervolgens aan hem ter goedkeuring voor te leg-
gen.^«3
Tegen deze onthouding van goedkeuring aan de structuurregeling heeft het
bestuur der Vereniging aanstonds bezwaar gemaakt,'*^'* de beide andere
f bijzondere instellingen zijn de VU daarin bijgevallen.''*^ De minister heeft
nog wel gepoogd een compromis te bereiken, waardoor hij in elk geval tijdig
een oordeel over de concept-bestuursreglementen zou kunnen uitspreken,"*^*
maar uit de reactie van het bestuur der Vereniging bleek, dat ook dit com-
promisvoorstel niet haalbaar was."**'
Na lang aarzelen is het bestuur der Vereniging uiteindelijk wel gezwicht
voor de wens van de minister om de oorspronkelijke structuurregeling in
twee reglementen te splitsen.'*** Geconfronteerd met een soortgelijke wens
van de minister heeft het bestuur van de Stichting Katholieke Universiteit
zich daarentegen beroepen op de eigen aard van de KU en de minister te
verstaan gegeven, dat het bestaan van slechts één reglement hem verantwoord
voorkomt en niet in strijd is met de wet."**^ Het stichtingsbestuur heeft er
daarbij op gewezen, dat de KU evenmin als de beide andere bijzondere instel-
lingen rechtspersoonlijkheid bezit en dat het bestuur mede daardoor nauwer
bij de bijzondere universiteit is betrokken dan de Kroon bij de openbare in-
stellingen.
De opstelling van het bestuur van de Stichting KU illustreert, welk een
centrale plaats de besturen van de rechtspersonen binnen de organisatie van
zowel de rechtspersoon als van de daarvan uitgaande bijzondere insteUingen
innemen. De rechtspersonen bepalen de richting van de bijzondere instelHn-
gen; de besturen van deze rechtspersonen dienen toe te zien op de hand-
having van deze richting en zijn daarenboven krachtens de wet belast met het
geven van regels met betrekking tot de organisatie van de bijzondere instellin-
482. Als bedoeld in art. 4 WUB.
483. Brief dd. 27 juli 1972, DGW/JW 222.259; blijkens een latere brief moest deze brief
tevens worden beschouwd als een ministeriële beschikking. Zie brief dd. 28 maart 1973,
DGW 229.870.
484. De VU baseerde zich onder meer op de Memorie van Toelichting bij de WUB,
blz. 16 Hnker kolom. Zie ook prof. mr. H.H. Maas: 'Universitair bestuursrecht in be-
weging', Rechtsgeleerd Magazijn Themis 1974-4.
485. Zie hun gezamenlijke brief dd. 23 juni 1975.
486. Zie Bijlagen bij de Handelingen II 1975-1976, no. 13744 nr. 3.
487. Zie brief bestuur der Vereniging VU dd. 15 september 1976, GJS/ge/819a. Het
bestuur deelde de minister daarin mede, dat het bestuursreglement op 28 augustus 1976
was goedgekeurd zonder dat dit tevoren aan de minister ter kennis was gebracht.
488. Zie brief dd. 15 september 1976.
489. Zie brief dd. 13 december 1976, no. 260.991.
181
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's