De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 214
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
zelf. Het experimenteerartikel in de wet WO biedt de openbare en bijzondere
instellingen daartoe voldoende mogelijkheden. In een enkel geval gaat het
initiatief echter van de overheid uit; een voorbeeld daarvan is het streven van
de overheid naar een open hoger onderwijs en in het bijzonder de stichting
van een open universiteit.
De open universiteit zal, naar het zich voorlopig laat aanzien, een nieuwe,
afzonderlijke instelling van wetenschappelijk onderwijs worden, die zoveel
mogelijk gebruik maakt van bestaande (onderwijs)voorzieningen. Er wordt
vanuit gegaan, dat de open universiteit een monopoliepositie zal gaan be-
kleden.^* Met het oog daarop zou naar de opvatting van de overheid binnen
de open universiteit de pluriformiteit in levensbeschouwing gewaarborgd
moeten worden.^' Afgezien van het feit, dat het zeer de vraag is of binnen
één onderwijsinstelling de pluriformiteit in levensbeschouwing wel valt te
waarborgen, mag het op zichzelf lofwaardig heten, dat de overheid kennelijk
oog heeft gekregen voor de omstandigheid, dat een neutraal wetenschappe-
lijk onderwijs — zo dat al kan bestaan — velen in de samenleving niet kan
bevredigen en dat de overheid met het oog daarop ernstig heeft gepoogd om
door middel van de instelling van slechts één open universiteit toch te voor-
zien in de behoeften van een zo groot mogelijk gedeelte van de bevolking.
Intussen laat de feitelijke monopoliepositie de grondwettelijke vrijheid van
onderwijs ook ten aanzien van deze instituten onverlet. Het zou intussen
beter geweest zijn, wanneer de overheid in plaats van welbewust te kiezen
voor een monopolie op het terrein van het open hoger onderwijs nadrukke-
lijk de mogelijkheid zou hebben open gehouden om bij gebleken behoefte
ook open universiteiten met een bijzonder karakter tot ontwikkeling te
brengen.
IV.4. De vrijheid van richting
IV.4.1. Eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen
Sedert 1848 verklaart de Grondwet, dat de wet het openbaar onderwijs zal
regelen met eerbiediging van ieders godsdienstige begrippen. Groen van
Prinsterer^* heeft ooit de hoop gekoesterd, dat deze formulering de stichting
van gezindtenscholen mogelijk zou maken. Hij ging daarbij uit van de op
zichzelf niet onjuiste gedachte, dat terwijl het gehele openbaar onderwijs
ieders godsdienstige begrippen dient te eerbiedigen, dit nog niet behoeft te
betekenen, dat iedere openbare school afzonderlijk ieders godsdienstige be-
grippen eerbiedigt. In zijn opvatting zouden verschillende openbare scholen
86. Zie het 'Advies tot oprichting van een open universiteit' van de Commissie Open
School en de Commissie Ontwikkeling Hoger Onderwijs van februari 1977; zie in het bij-
zonder de aanbeveUngen 4 en 5, blz. 12.
87. Vgl. de ontwikkeling van de samenwerkingsschool bij het lager onderwijs, het zoge-
naamde tertiumonderwijs.
88. Zie par. 1.6.2.
202
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's