De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 154
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
hij in 1963 een wetsontwerp bij de Tweede Kamer indiende.^''' In de Kamer
werd in het algemeen ingestemd met het ontwerp van wet betreffende de
subsidiëring van de faculteiten der godgeleerdheid aan de bijzondere univer-
siteiten; men sprak van een 'ingenieuze oplossing'.^'''* Wel vroeg men zich van
verschillende zijden af of dit ontwerp in overeenstemming was met het in de
Grondwet neergelegde beginsel van scheiding van kerk en staat. Naar de op-
vatting van minister Cals werd dit beginsel evenwel niet aangetast, 'omdat de
erkenning en subsidiëring zich niet richten op de kerkelijke kant van de
faculteiten der godgeleerdheid aan de bijzondere universiteiten, maar na-
drukkelijk op de wetenschappelijke kant, waarvoor eisen van deugdelijkheid
gesteld worden'.^''^
Hier bleek, dat de minister nog wel enige moeite had met de deugdelijkheid
van het bijzonder wetenschappelijk theologisch onderwijs. Naar hij immers
zelf in de toehchting bij zijn ontwerp had betoogd werd het overbodig geacht
om voor het wetenschappelijk niveau van dit onderwijs een eigen eis te
stellen. Nu van tweeën één: of de deugdelijkheid van dit theologisch onder-
wijs kon als vaststaand worden aangenomen, of die deugdelijkheid stond in
het geheel niet vast. Indien dit laatste het geval zou zijn geweest, dan zou
onvoldoende zijn tegemoet gekomen aan het grondwettelijk uitgangspunt,
dat de overheid alleen die vormen van onderwijs kan bekostigen, waarvan de
deugdelijkheid voldoende is gewaarborgd. Dit was niet het geval; veeleer
bleef de scheiding van kerk en staat gehandhaafd, maar liet de overheid zich
bij haar wetgevende arbeid wel beïnvloeden door de vraag ten behoeve van
wie en tot welk doel het onderwijs aan de beide theologische faculteiten
deugdelijk behoorde te zijn.
Deugdelijkheid is niet een absoluut begrip, maar is integendeel steeds
gerelateerd aan het doel waartoe het onderwijs wordt gegeven en waarvoor
het onderwijs opleidt. Wanneer onderwijs beantwoordt aan het gestelde doel,
dan mag men aannemen, dat het voldoende deugdelijk is. Nu vaststond, dat
het onderwijs aan de beide theologische faculteiten geheel voldeed aan de
daaraan vanuit de samenleving — in casu de kerkgenootschappen — gestelde
eisen kon met reden worden aanvaard, dat het onderwijs voldoende deugde-
lijk was. De criteria, waaraan onderwijs moet voldoen om deugdelijk te
heten, worden dus blijkens deze wet niet alleen door de overheid gesteld,
maar kunnen ook uit andere hoeken van de samenleving tevoorschijn komen.
273. Naar aanleiding van de aanbieding van het commissierapport door de minister en
een ten departemente opgesteld voorontwerp van wet voerden de besturende coUeges van
de VU een uitvoerig beraad met deputaten tot uitoefening van het verband tussen de
gereformeerde kerken en de theologische faculteit over de aanvaardbaarheid daarvan voor
de VU. Zie brief OKW dd. 11 oktober 1961, DGW 78399; Archief curatoren VU 1962,
nos. 2, 2a en 3; Archief directeuren VU 1961, nos. 6 en 532; notulen directeuren VU dd.
16 december 1961, blz. 3180.
274. Bijlagen bij de Handelingen II 1962-1963, no. 7100; als bijlage bij dit wetsont-
werp werd het advies van de Raad van State en het minderheidsadvies van staatsraad
Ruppert gepubliceerd. Zie voorts Handelingen II 1962-1963, blzz. 2531-2541; Hande-
lingen I 1963, blzz. 102—109. Pikant detaU is, dat dr. Stokman door zijn overgang van de
Tweede Kamer naar de Eerste Kamer bij de algemene verkiezingen in beide Kamers het
woord over dit ontwerp kon voeren.
275. Wet van 27 juni 1963, Stb. 288.
142
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's