De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 200
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
Er resten nu nog een aantal vrijheden, die met name op het wetenschappe-
lijk onderwijs en onderzoek betrekking hebben: de leervrijheid, dat is de
vrijheid om onderwijs te geven in alle onderwerpen, die een docent verkiest,
ook wel aangeduid als de vrijheid van de verkondiging;^ de academische vrij-
heid, die wel is omschreven als 'de vrijheid om alles te onderzoeken wat men
actueel vindt of de ongebondenheid van de docent aan een bepaald pro-
gramma of de vrijheid tot verweer tegen invloeden van buiten de academie of
de vrijheid tot zelfbestuur van de academische instelling of de vrijheid van de
academie zich als zodanig op te stellen';* de universitaire vrijheid, die nauw
verwant schijnt aan de academische vrijheid; de vrijheid van wetenschappe-
lijke studie en wetenschappelijk onderzoek. Al deze vrijheden staan in een
bepaalde relatie tot de wetenschap, wetenschappelijk onderwijs en weten-
schappelijk onderzoek; bij elkaar vormen zij de vrijheid van de wetenschap.''
De vrijheid van de wetenschap 'berust op de eigen norm der wetenschap:
waarheid'.* De wetenschap behoort daarom noch onder staatsvoogdij noch
onder kerkelijke curatele te staan.' 'Omdat een universiteit in de eerste plaats
een gemeenschap is van beoefenaren der wetenschap, die als zoodanig orga-
nisch onafhankelijk van het staatsgezag moeten zijn, draagt zij uit haar aard
een corporatief karakter, hetwelk tot op zekere hoogte een publiekrechte-
lijke onafhankelijkheid impliceert'.' Op grond hiervan maken 'niet de leer-
vrijheid alleen, maar de autonomie van de wetenschap, waar zij mee samen-
hangt en de daaruit voortvloeiende zelfstandigheid van de individuele hoog-
leraren', dat de positie van de docenten bij het wetenschappelijk onderwijs
van een wezenlijk andere aard is dan die van de docenten elders in het onder-
wijs.^'
Voor wat betreft de bijzondere universiteiten en hogescholen is de vrijheid
van de wetenschap als onderdeel van de vrijheid van onderwijs voor een deel
gewaarborgd. Kuyper verwarde bij de opening van de VU in 1880 dan ook de
vrijheid van de wetenschap met de vrijheid van onderwijs.'^ Voor wat betreft
het openbaar onderwijs is de vrijheid van de wetenschap niet uitdrukkelijk
door de wet gewaarborgd.'^ Anders dan De Ranitz ervaart Arriëns dit als een
manco: 'Daarbij moet dan niet alleen worden gedacht aan een garantie voor
de verschaffing van de benodigde financiële middelen, maar ook en vooral
aan de erkenning en bescherming van de essentie van de universitaire zaak,
het grondbeginsel van de vrijheid van de beoefening en de verkondiging der
5. Zie De Ranitz, blzz. 24-26.
6. Aldus Steenbeek: 'Vrijheid', blz. 279.
7. Zie par. II. 1.2.
8. Aldus De Ranitz, blz. 22.
9. Zie 'Souvereiniteit in eigen kring', blz. 25.
10. Aldus De Ranitz, blz. 23; deze woorden werden geschreven voordat de wet WO de
openbare universiteiten en hogescholen publiekrechtelijke zelfstandigheid verleende.
11. Vgl. Arriëns, blzz. 115-116.
12. In 'Souvereiniteit in eigen kring'; zie par. II. 1.2.
13. De Grondwet van de Duitse Bondsrepubliek erkent de vrijheid van wetenschap wel
met zoveel woorden. Zie prof. dr. Arnold Köttgen: 'Die Freiheit der Wissenschaft und die
Selbstverwaltung der Universitat', in Neumann-Nipperdey-Scheuner: 'Die Grundrechte',
deel II blzz. 291-329.
188
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's