De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 187
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
uitgesloten. Aan te nemen valt echter, dat de wetgever met deze wat slordige
formulering heeft bedoeld te bepalen, dat bestuurlijke experimenten op
grond van de eigen structuurregeling van een bijzondere instelling de be-
krachtiging van de minister zullen behoeven. In de tweede plaats heeft de
geciteerde bepaling het bezwaar, dat daarin een bepaalde besluitvormingspro-
cedure aan de bijzondere instelHngen wordt voorgeschreven, die echter niet
met de structuurregeling overeen behoeft te komen; op de bijzondere instel-
lingen rust niet de verplichting om de bestuursexperimenten door de raad
van de universiteit of hogeschool te laten vaststellen, indien de eigen aard van
de instelHngen zich tegen een dergelijke besluitvormingsprocedure verzet.
De verdere wijzigingen van de WUB zijn voor het bijzonder wetenschappe-
lijk onderwijs zonder rechtstreeks belang gebleven, zodat aan deze wijzigin-
gen voorbij gegaan kan worden. ^
III.9.5. De rijksuniversiteiten te Rotterdam en te Maastricht
Noch de in 1966 geopende Medische Faculteit te Rotterdam'*'^ noch de NEH
.kwam onder de werking van de WUB, omdat in februari 1970 een overleg
was begonnen tussen deze beide instellingen en de minister over de samen-
smelting van beide instellingen tot een Rotterdamse universiteit. Hoewel de
beide fusiepartners in wezen weinig behoefte gevoelden om deel te gaan uit-
maken van een rijksuniversiteit''^^ resulteerde dit overleg uiteindelijk in een
wetsontwerp 'voorzieningen met betrekking tot de vestiging van een rijks-
universiteit te Rotterdam'.''^^
Omdat het ontstaan van deze openbare universiteit het gevolg was van de
samenvoeging van een rijksinstelling met een bijzondere hogeschool week de
in het wetsontwerp voorgestelde bestuursstructuur op een aantal punten af
van de structuur van de WUB. Met de stichting NEH bereikte de overheid
overeenstemming over enerzijds de opheffing en liquidatie van de NEH als
bijzondere economische hogeschool en anderzijds over de blijvende inbreng
van deze stichting in het bestuur van de op te richten rijksuniversiteit.'*^* Bij
contract kende de overheid de Vereniging tot bevordering van de belangen
van de NEH een recht van voordracht toe met betrekking tot de benoeming
van één buitenuniversitair lid van de universiteitsraad en van één kroonlid in
het college van bestuur van de nieuwe rijksuniversiteit. Voor het overige
werden de meeste bepalingen van de wet WO en de WUB op de nieuwe rijks-
universiteit van toepassing verklaard.'*'^
De samenvoeging van de Medische Faculteit en de NEH werd op 1 februari
453. Zie par. II.6.2.
454. Vgl. Binneveld/Vleesenbeek, blz. 185.
455. Bijlagen bij de Handelingen II 1972, no. 12058; dit wetsontwerp werd ingediend
door minister De Brauw en verdedigd door minister Van Veen.
456. De stichting verplichtte zich contractueel tot overdracht aan het rijk van alle voor
het onderwijs bestemde eigendommen tegen een vergoeding van dat deel van de kosten
van die eigendommen, die in het verleden niet met rijkssubsidie waren betaald.
457. Art. 3 j artt. 4, 6, 7, 10, 12, 16, 18, 26 en 27 van de wet Rijksuniversiteit Rotter-
dam.
175
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's