Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 194

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 194

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

gen, zij ook ontvangen de subsidie van de overheid voor deze instellingen. Als

er inlichtingen omtrent de bijzondere instellingen verstrekt moeten worden,

dan behoort dat door de besturen van de rechtspersonen te geschieden.'"*'

Kortom, de besturen van de rechtspersonen staan aan het hoofd van de bij-

zondere universiteiten en hogescholen; alle besturen en organen binnen een

bijzondere universiteit of hogeschool zijn hiërarchisch ondergeschikt aan

deze besturen. Indien deze besturen overgaan tot een hervorming van de be-

stuurlijke inrichting van de bijzondere instellingen en daarbij nieuwe be-

stuursorganen in het leven roepen, dan verandert daarmee de positie van deze

besturen zelf niet. Zij kunnen weliswaar taken en bevoegdheden aan nieuwe

organen — bijvoorbeeld een college van bestuur of een raad — delegeren of

hun mandaat verlenen, maar in laatste instantie blijft de verantwoordelijk-

heid voor de bijzondere instellingen bij deze besturen berusten.

Hierin schuilt een essentieel verschil met de openbare instelHngen. Terwijl

het gedemocratiseerd bestuur van een openbare universiteit of hogeschool

sinds de WUB beschikt over bij de wet verleende attributieve bevoegdheden,

kent een bijzondere instelhng niet een dergelijk gedemocratiseerd bestuur.

Elk bestuursorgaan blijft daar ondergeschikt aan en verantwoording ver-

schuldigd over alle bestuursdaden aan het bestuur van de rechtspersoon,

waarvan de bijzondere instelling uitgaat. Terzijde zij opgemerkt, dat de be-

sturen van de rechtspersonen voor een deel wel democratisch gekozen zijn en

dat ook reeds op een tijdstip, dat van een democratisering van de openbare

insteüingen van wetenschappelijk onderwijs nog geen sprake was.'*''

Het spreekt voor zich, dat nu de besturen van de rechtspersonen in het

bestuur van de bijzondere instellingen de centrale plaats innemen, hun posi-

tie tegenover andere bestuursorganen zo sterk mogelijk moet zijn. Dit geldt

in het bijzonder ten aanzien van hun relatie tot de als gevolg van de bestuurs-

hervorming gecreëerde bestuursorganen, omdat die kunnen beschikken over

een uitgebreid bestuurlijk apparaat en bovendien bestaan uit full-time be-

stuurders. Het is dan ook wel zeer vreemd"'^, dat nu juist de' overheid be-

zwaar heeft gemaakt tegen de in 1976 opnieuw ingediende structuurregeling

van de VU, omdat daarin aan het bestuur van de Vereniging onder andere

met betrekking tot wijzigingen van deze structuurregehng een te onbeteke-

nende rol werd toegekend.'''^

Een tweede consequentie van de centrale rol van het bestuur van de rechts-

personen, waar de bijzondere instellingen van uitgaan, is dat tussen die

rechtspersoon en wat de WUB de universitaire gemeenschap noemt'*''* nauwe-

490. De minister stelt zich op het standpunt, dat ook het college van bestuur van een

bijzondere instelling hem de gevraagde inlichtingen behoort te kunnen verschaffen. Het

bestuur der Vereniging en het bestuur van de Stichting KU menen terecht, dat alleen zij-

zelf het bevoegd gezag vertegenwoordigen en tot het geven van inlichtingen verplicht zijn;

zie brieven VU dd. 16 september 1976, GJS/ge/820, en van de KU dd. 13 december

1976, no. 260.991.

491. Vgl. Van Krefeld, blz. 139.

492. Vgl. het redactioneel commentaar van H. Algra in het Friesch Dagblad dd. 2

februari 1977: 'Ironie der gescjüedenis'.

493. Brief van januari 1977.

494. Art. 3 Ud 1 WUB.

182

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 194

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's