De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 194
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
gen, zij ook ontvangen de subsidie van de overheid voor deze instellingen. Als
er inlichtingen omtrent de bijzondere instellingen verstrekt moeten worden,
dan behoort dat door de besturen van de rechtspersonen te geschieden.'"*'
Kortom, de besturen van de rechtspersonen staan aan het hoofd van de bij-
zondere universiteiten en hogescholen; alle besturen en organen binnen een
bijzondere universiteit of hogeschool zijn hiërarchisch ondergeschikt aan
deze besturen. Indien deze besturen overgaan tot een hervorming van de be-
stuurlijke inrichting van de bijzondere instellingen en daarbij nieuwe be-
stuursorganen in het leven roepen, dan verandert daarmee de positie van deze
besturen zelf niet. Zij kunnen weliswaar taken en bevoegdheden aan nieuwe
organen — bijvoorbeeld een college van bestuur of een raad — delegeren of
hun mandaat verlenen, maar in laatste instantie blijft de verantwoordelijk-
heid voor de bijzondere instellingen bij deze besturen berusten.
Hierin schuilt een essentieel verschil met de openbare instelHngen. Terwijl
het gedemocratiseerd bestuur van een openbare universiteit of hogeschool
sinds de WUB beschikt over bij de wet verleende attributieve bevoegdheden,
kent een bijzondere instelhng niet een dergelijk gedemocratiseerd bestuur.
Elk bestuursorgaan blijft daar ondergeschikt aan en verantwoording ver-
schuldigd over alle bestuursdaden aan het bestuur van de rechtspersoon,
waarvan de bijzondere instelling uitgaat. Terzijde zij opgemerkt, dat de be-
sturen van de rechtspersonen voor een deel wel democratisch gekozen zijn en
dat ook reeds op een tijdstip, dat van een democratisering van de openbare
insteüingen van wetenschappelijk onderwijs nog geen sprake was.'*''
Het spreekt voor zich, dat nu de besturen van de rechtspersonen in het
bestuur van de bijzondere instellingen de centrale plaats innemen, hun posi-
tie tegenover andere bestuursorganen zo sterk mogelijk moet zijn. Dit geldt
in het bijzonder ten aanzien van hun relatie tot de als gevolg van de bestuurs-
hervorming gecreëerde bestuursorganen, omdat die kunnen beschikken over
een uitgebreid bestuurlijk apparaat en bovendien bestaan uit full-time be-
stuurders. Het is dan ook wel zeer vreemd"'^, dat nu juist de' overheid be-
zwaar heeft gemaakt tegen de in 1976 opnieuw ingediende structuurregeling
van de VU, omdat daarin aan het bestuur van de Vereniging onder andere
met betrekking tot wijzigingen van deze structuurregehng een te onbeteke-
nende rol werd toegekend.'''^
Een tweede consequentie van de centrale rol van het bestuur van de rechts-
personen, waar de bijzondere instellingen van uitgaan, is dat tussen die
rechtspersoon en wat de WUB de universitaire gemeenschap noemt'*''* nauwe-
490. De minister stelt zich op het standpunt, dat ook het college van bestuur van een
bijzondere instelling hem de gevraagde inlichtingen behoort te kunnen verschaffen. Het
bestuur der Vereniging en het bestuur van de Stichting KU menen terecht, dat alleen zij-
zelf het bevoegd gezag vertegenwoordigen en tot het geven van inlichtingen verplicht zijn;
zie brieven VU dd. 16 september 1976, GJS/ge/820, en van de KU dd. 13 december
1976, no. 260.991.
491. Vgl. Van Krefeld, blz. 139.
492. Vgl. het redactioneel commentaar van H. Algra in het Friesch Dagblad dd. 2
februari 1977: 'Ironie der gescjüedenis'.
493. Brief van januari 1977.
494. Art. 3 Ud 1 WUB.
182
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's