De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 175
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
der overeenkomst gebruik wordt gemaakt, en duidelijk is, dat de wetgever de
desbetreffende verhouding aan het burgerlijk recht geheel heeft willen ont-
trekken'.^'''' Hoewel thans de neiging bestaat om in een groter aantal gevallen
het bestaan een publiekrechtelijke overeenkomst aan te nemen^''^ heeft deze
toch in het algemeen nog niet of nauwelijks ingang in het Nederlandse rechts-
stelsel gevonden; ook de wet biedt (nog) geen aanknopingspunten voor een
afzonderlijk bestuursrechtelijk overeenkomstenrecht.^'''
Dit alles in aanmerking nemende is het door minister Bot bedoelde gentle-
men's agreement nauwelijks te beschouwen als een overeenkomst; laat staan
als een publiekrechtelijke. Eerder gaat het hier om een bepaalde besluitvor-
mingsprocedure, die voor het overige de bij wet geregelde subsidieverhouding
tussen de overheid en de bijzondere instellingen niet heeft veranderd of aan-
getast. Deze besluitvorming vormt de afronding van een reeks van onder-
handelingen — te beginnen bij de eerste commissie-'s Jacob en eindigende bij
de werkgroep-Piekaar — over de subsidievoorwaarden. Uit de wijze, waarop
deze onderhandelingen gevoerd zijn spreekt het besef van de overheid, dat de
totstandkoming van subsidievoorwaarden, die de grondwettelijk gewaar-
borgde vrijheid van onderwijs beperken of kunnen beperken, slechts mogelijk
is in overleg en na overeenstemming met de betrokken bijzondere
instellingen van wetenschappelijk onderwijs.
Na deze conclusie rest slechts de al eerder gedane constatering, dat het
recht van de bijzondere instellingen, om over een beperking van hun vrijheid
te worden geraadpleegd, wel impliciet door de overheid is erkend, maar nooit
expHciet is vastgelegd. In deze zin kan men Bosse nageven, dat het aan de
vastlegging van de rechten van de overheid en de verplichtingen van de gesub-
sidieerde bij een subsidieverlening als regel niet schort, maar dat een goede
verankering van de rechten van de gesubsidieerde ontbreekt. Tot de notoire
lacunes in dit opzicht behoort een wettelijke basis voor de verplichting van
de overheid jegens de bijzondere universiteiten en hogescholen om hen te
consulteren over alle wetsvoorstellen, die de grondwettelijk gewaarborgde
vrijheid aantasten of verder zouden kunnen aantasten; in het bijzonder zou
dit moeten gelden voor wetsvoorstellen, waardoor bestaande voorwaarden
voor erkenning of bekostiging worden gewijzigd of aangevuld.^^"^ Om te be-
reiken, dat een dergelijke raadpleging een wezenlijke betekenis verkrijgt zou-
den de door de bijzondere insteOingen uitgebrachte adviezen met de betref-
fende wetsvoorstellen moeten worden gepubliceerd.^^'
377. Zie mr. G.J. Wiarda: 'Overeenkomsten met overheidslichamen', 1939, ac.pr.G.U.
Amsterdam, blz. 253. Als voorbeeld noemt hij de gemeenschappelijke regeling tussen
openbare lichamen; dit zelfde voorbeeld vindt men bij Donner in 'Nederlands Bestuurs-
recht', blz. 309.
378. Zo onder meer prof. mr. P. de Haan, syllabus blzz. 147—148; vgl. het preadvies van
prof. mr. M. Scheltema over rechtsverwerking in het administratieve recht, VAR 1975.
379. Vgl. 'Nederlands Bestuursrecht', blzz. 308-309.
380. Vgl. Van Krefeld, blz. 145. Hij meent, dat het opleggen van nieuwe subsidievoor-
waarden alleen op goede gronden kan plaats vinden.
381. Dit strookt met de in 1959 door de bijzondere instellingen in het lUCO vertolkte
opvatting, dat de minister afzonderUjk van de gevoelens van deze instellingen omtrent het
ontwerp-Cals kennis zou moeten nemen; zie par. ni.6.
163
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's