De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 162
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
som, dat een preventieve controle van de overheid op de openbare en de
bijzondere instellingen nauwelijks effectief te maken zou zijn, terwijl boven-
dien de bijzondere instellingen ook bij een preventief stelsel een zo groot
mogelijke vrijheid zouden dienen te behouden. Daarom zouden zij 'het meest
gebaat zijn met het verlenen van een grote mate van autonomie aan de rijks-
instellingen',^^^ omdat zij dan niet langer een uitzonderingspositie ten op-
zichte van het openbaar wetenschappelijk onderwijs zouden behoeven in te
nemen.
Het standpunt van de ambtelijke delegatie in de werkgroep-Piekaar ver-
schilde in hoofdzaak niet zoveel van dat van de bijzondere instellingen.^*''
Nog steeds stond de overheid op het standpunt, dat bij het wegvallen van de
rem van de eigen bijdrage van 1,5% maatregelen nodig zouden zijn om onge-
breidelde bestedingen door de bijzondere instellingen te voorkomen en tegen
te gaan. Daarbij zou een doeltreffende taakverdeling tussen alle instellingen
van wetenschappelijk onderwijs wettelijk mogelijk gemaakt dienen te
worden.^* Evenals de vertegenwoordigers van de bijzondere instellingen zag
de ambtelijke delegatie in het gelijktrekken van de financiële bepalingen voor
openbaar en bijzonder onderwijs de beste mogelijkheden. Die gelijktrekking
zou enerzijds de toekenning van een recht van beroep op de Kroon aan de
openbare instellingen moeten inhouden en anderzijds het afschaffen van de
subsidievaststelling op basis van de werkelijke netto-kosten van de bijzondere
instellingen. Voor dit repressieve stelsel zou een bekostigingsstelsel met een
meer preventief karakter in de plaats moeten treden. Daarbij werd in het
midden gelaten of nu weer een geheel nieuw stelsel moest worden ontworpen,
dan wel het vigerende stelsel moest worden aangepast. In elk geval werd er
naar gestreefd om '— nu de openbare en bijzondere instellingen de laatste
jaren op vele punten naar elkaar zijn toegegroeid — (...) een regeling te ont-
werpen, die zich voor toepassing op beide categoriën leent en de verworven-
heden van beide huidige stelsels in zich verenigt'.^'' Bij dit alles zou, ook
naar de opvattingen van de ambtelijke leden van de werkgroep-Piekaar, de
vrijheid van organisatie van de bijzondere insteUingen volledig gehandhaafd
kunnen blijven.
Uit de schets van wederzijdse standpunten blijkt al, dat alleen op het stuk
van de taakverdeling geen overeenstemming bestond tussen de overheid en de
bijzondere instellingen, die met een beroep op de 'bestandsbepaling' een
zeker recht op compleetheid van iedere bijzondere universiteit en hogeschool
meenden te kunnen doen gelden. Daartegenover zouden de openbare instel-
316. Aldus brief van de KU dd. 15 februari 1966, no. 86.082; zie ook nota 'Repressief
of preventief toezicht op instellingen van wetenschappelijk onderwijs' dd. 17 april 1967,
no. 100.873.
317. Zie nota van OW dd. 25 mei 1966; deze nota werd aan de bijzondere instellingen
uitgereikt op 26 mei 1966.
318. Het vraagstuk van de taakverdeling was al oud. Om dit te bereiken had minister De
Visser in 1919 de Onderwijsraad ingesteld. Minister Gielen bracht het vraagstuk in 1948
tot nieuw leven; hij noch zijn ambtsopvolgers Rutten en Cals boekten enig succes. Zie
Drop: 'De Onderwijsraad gehoord'; Handelingen 11 1947—1948, blz. 1451; de VU toonde
zich een fel tegenstander: vergadering directeuren VU dd. 3 augustus 1948, blz. 904.
319. Notulen zesde vergadering werkgroep-Piekaar dd. 26 mei 1966, blz. 2.
150
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's