Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 162

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 162

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

som, dat een preventieve controle van de overheid op de openbare en de

bijzondere instellingen nauwelijks effectief te maken zou zijn, terwijl boven-

dien de bijzondere instellingen ook bij een preventief stelsel een zo groot

mogelijke vrijheid zouden dienen te behouden. Daarom zouden zij 'het meest

gebaat zijn met het verlenen van een grote mate van autonomie aan de rijks-

instellingen',^^^ omdat zij dan niet langer een uitzonderingspositie ten op-

zichte van het openbaar wetenschappelijk onderwijs zouden behoeven in te

nemen.

Het standpunt van de ambtelijke delegatie in de werkgroep-Piekaar ver-

schilde in hoofdzaak niet zoveel van dat van de bijzondere instellingen.^*''

Nog steeds stond de overheid op het standpunt, dat bij het wegvallen van de

rem van de eigen bijdrage van 1,5% maatregelen nodig zouden zijn om onge-

breidelde bestedingen door de bijzondere instellingen te voorkomen en tegen

te gaan. Daarbij zou een doeltreffende taakverdeling tussen alle instellingen

van wetenschappelijk onderwijs wettelijk mogelijk gemaakt dienen te

worden.^* Evenals de vertegenwoordigers van de bijzondere instellingen zag

de ambtelijke delegatie in het gelijktrekken van de financiële bepalingen voor

openbaar en bijzonder onderwijs de beste mogelijkheden. Die gelijktrekking

zou enerzijds de toekenning van een recht van beroep op de Kroon aan de

openbare instellingen moeten inhouden en anderzijds het afschaffen van de

subsidievaststelling op basis van de werkelijke netto-kosten van de bijzondere

instellingen. Voor dit repressieve stelsel zou een bekostigingsstelsel met een

meer preventief karakter in de plaats moeten treden. Daarbij werd in het

midden gelaten of nu weer een geheel nieuw stelsel moest worden ontworpen,

dan wel het vigerende stelsel moest worden aangepast. In elk geval werd er

naar gestreefd om '— nu de openbare en bijzondere instellingen de laatste

jaren op vele punten naar elkaar zijn toegegroeid — (...) een regeling te ont-

werpen, die zich voor toepassing op beide categoriën leent en de verworven-

heden van beide huidige stelsels in zich verenigt'.^'' Bij dit alles zou, ook

naar de opvattingen van de ambtelijke leden van de werkgroep-Piekaar, de

vrijheid van organisatie van de bijzondere insteUingen volledig gehandhaafd

kunnen blijven.

Uit de schets van wederzijdse standpunten blijkt al, dat alleen op het stuk

van de taakverdeling geen overeenstemming bestond tussen de overheid en de

bijzondere instellingen, die met een beroep op de 'bestandsbepaling' een

zeker recht op compleetheid van iedere bijzondere universiteit en hogeschool

meenden te kunnen doen gelden. Daartegenover zouden de openbare instel-

316. Aldus brief van de KU dd. 15 februari 1966, no. 86.082; zie ook nota 'Repressief

of preventief toezicht op instellingen van wetenschappelijk onderwijs' dd. 17 april 1967,

no. 100.873.

317. Zie nota van OW dd. 25 mei 1966; deze nota werd aan de bijzondere instellingen

uitgereikt op 26 mei 1966.

318. Het vraagstuk van de taakverdeling was al oud. Om dit te bereiken had minister De

Visser in 1919 de Onderwijsraad ingesteld. Minister Gielen bracht het vraagstuk in 1948

tot nieuw leven; hij noch zijn ambtsopvolgers Rutten en Cals boekten enig succes. Zie

Drop: 'De Onderwijsraad gehoord'; Handelingen 11 1947—1948, blz. 1451; de VU toonde

zich een fel tegenstander: vergadering directeuren VU dd. 3 augustus 1948, blz. 904.

319. Notulen zesde vergadering werkgroep-Piekaar dd. 26 mei 1966, blz. 2.

150

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 162

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's