De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 58
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
II. 1.2. 'Souvereiniteit in eigen kring'
De rede, waarmee Kuyper de VU inwijdde, bedoelde een rechtvaardiging van
de universiteitsstichting te zijn.'^ Als uitgangspunt van zijn betoog stelde hij,
dat de absolute Souvereiniteit, zoals die alleen bij God kan bestaan, op aarde
in de mens onbestaanbaar is. Het leven op aarde wordt gedeeld in afzonder-
lijke kringen, elk met eigen Souvereiniteit voor zich. Hoog steekt de 'Staats-
souvereiniteit, als de macht die den enkele beschermt en de onderlinge
rechtsverhouding der zichtbare levenskringen bepaalt, door recht tot bevelen
en door recht tot dwanguitoefening, boven deze alle uit; maar binnen in elk
dier kringen geldt ze niet'.''' Aldus beschouwd was de schoolstrijd een strijd
voor de Souvereiniteit in eigen kring, omdat in de gemengde staatsschool 'én
de Souvereiniteit der consciëntie én de Souvereiniteit van den huislijken, én
de Souvereiniteit van den paedagogischen, én de Souvereiniteit van den gees-
telijken kring, gelijkelijk werd bedreigd'.'^
Ook voor de wetenschap wordt een eigen levenskring ingeruimd, waarin de
waarheid Souverein is. Dit strookt met de algemeen aanvaarde opvatting, dat
de wetenschap om tot volle ontplooiing te kunnen komen vrij behoort te
worden gelaten. Vrij als de 'aloude Universiteiten van Bologna en Parijs.'*
Niet als het vormen van een kader van Staat, om er voorts wetenschap in te
gieten; maar wetenschap die in het leven optrad en in dat leven zich een
vorm schiep'.''' Het Organiek Besluit 1815 en de HO-wet erkenden impliciet
deze vrijheid van de wetenschap door 'de mens, die wil onderwijzen en
onderzoeken"* aan weinig of geen voorschriften te binden. Ook Kuyper lijkt
te hebben onderkend, dat het openbaar hoger onderwijs een grote vrijheid
genoot. Zijn rechtvaardiging van de stichting van de VU, als een universiteit
waar de wetenschap noch onder staatsvoogdij noch onder kerkelijke cura-
tele zou verbasteren, wordt op dit punt gedragen door een — ook in histo-
risch perspectief — uiterst zwak argument. Zijn stelling is: 'op de Rijksuniver-
siteit drukken in de weegschaal der billijkheden zoo tal van bezwaren'." Die
vele bezwaren blijken dan terug te voeren tot dit ene bezwaar, dat de staat
door het hoger onderwijs te bekostigen een onmeetbare macht over dit
onderwijs uitoefent; 'wie meet den invloed, dien door dat Staatsgeld één
enkele benoeming als van Thorbecke, van Scholten of van Opzoomer op
's lands lot en den gang der wetenschappen geoefend heeft?'^"
Op de keper beschouwd komt het betoog van Kuyper er op neer, dat de
wetgever. weliswaar impliciet de vrijheid van de wetenschap belijdt, maar
13. In 'Strikt genomen' had hij het recht tot universiteitsstichting al historisch en staats-
rechteUjk getoetst.
14. T.a.p. biz. 12.
15. T.a.p. blz. 18.
16. Zie hiervoor blz. 29 noot 195.
17. T.a.p. blz. 24.
18. Aldus prof. mr. I.A. Diepenhorst: 'Universiteit en wetenschap in beweging', 1969,
blz. 57.
19. T.a.p. blz. 25.
20. T.a.p. blz. 25.
48
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's