Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 116

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 116

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

werkte deze verplichting nauwkeurig uit, maar gebood noch verbood de

gehele of gedeeltelijke bekostiging van andere vormen van bijzonder onder-

wijs.*^

Elke vorm van onderwijs — openbaar of bijzonder!** —, die geheel of ge-

deeltelijk uit de openbare kas zou worden bekostigd, zou voortaan moeten

voldoen aan bij de wet te regelen eisen van deugdelijkheid*'' of voorwaar-

den;*^ met deze verschillende termen schijnt de grondwetgever niet te hebben

bedoeld een wezenlijk verschil aan te geven.*' Aan te nemen valt daarom, dat

de voorwaarden voor bekostiging naar de bedoeling van de grondwetgever

uitsluitend op de deugdelijkheid van het onderwijs betrekking mogen

hebben.^" Voor wat betreft het bijzonder onderwijs dient de wetgever de vrij-

heid van richting bij het regelen van de eisen van deugdelijkheid''' in acht te

nemen; daarenboven heeft de wetgever bij een regeling van de bekostiging

van het bijzonder lager onderwijs met name de vrijheid van de keuze der leer-

middelen en van de aanstelling der onderwijzers te eerbiedigen. De toevoe-

ging van de woorden 'met name' geeft aan deze opsomming een enuntiatief

en niet een limitatief karakter.''^ Ook zonder deze toevoeging zou de wet-

gever echter de uit de vrijheid van onderwijs voortvloeiende consequenties

hebben moeten eerbiedigen, omdat het overgrote deel daarvan een uitvloeisel

is van de in het vijfde lid genoemde vrijheid van richting.''^

Blijkens de memorie van toehchting behoeven de eisen van deugdelijkheid,

waaraan het te bekostigen bijzonder onderwijs moet voldoen, niet steeds ge-

lijk aan die voor het openbaar onderwijs te zijn. Soms behoeven zij slechts

gelijkwaardig te zijn, 'wijl de vrijheid van richting van de bijzondere scholen

moet worden in acht genomen'.'''* De vrijheid van onderwijs mag niet door

eisen van deugdelijkheid worden ondermijnd.'^ Uit de Handelingen blijkt,

dat ook de Tweede Kamer uitholling van de vrijheid van onderwijs door

middel van de eisen van deugdelijkheid heeft willen voorkomen. De clausule,

dat bij de wet eisen van deugdelijkheid kunnen worden gesteld, is daarom

65. In de Memorie van Antwoord aan de Eerste Kamer wordt verklaard, dat art. 192 lid

7 niet de bedoeling had om subsidiëring van het bijzonder hoger onderwijs uit te sluiten;

vgl. Cassianus Hentzen, blz. 205.

66. Vgl. Huart, blz. 370.

67. Art. 192 üd 5 Grondwet 1917.

68. Art. 192 lid 7 Grondwet 1917.

69. Aldus ook minister Cort van der Linden; zie 'Handelingen over de herziening der

Grondwet', uitgegeven onder toezicht van mr. J.B. Kan, 1916—1918, deel I blz. 641.

70. Huart heeft echter opgemerkt, dat de praktijk zodanig is, dat wel van twee stellen

voorwaarden gesproken kan worden; t.a.p. blz. 380.

71. Zie over dit begrip ook par. III.6.3.

72. Zie Cassianus Hentzen, blz. 197; vgl. De Savomin Lohman: 'Onze Constitutie', blz.

525.

73. Zie par. 1.4.3. en hoofdstuk IV.

74. Zie Cassianus Hentzen, blz. 120; Bijlagen bij de Handelingen II 1916, no. 359.

75. De Memorie van Toelichting wees de mogelijkheid af de eisen van deugdelijkheid in

de Grondwet zelf op te nemen, omdat dit tot nieuwe strijd aanleiding zou geven. Aange-

nomen werd, dat de deugdeUjkheid van het bijzonder onderwijs toch wel zou stijgen,

omdat 'vooreerst . . . de drang naar goed onderwijs leeft in alle kringen van ons volk, en

vervolgens de concurrentie vanzelf dwingt tot goed onderwijs'.

104

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's