De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 231
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
schouwen als de uit het privaatrechtelijk karakter van het bijzonder onder-
wijs voortvloeiende verschillen met het publiekrechtelijke openbaar weten-
schappelijk onderwijs. Naar inmiddels genoegzaam is aangetoond doet een
dergelijke opvatting echter onvoldoende recht aan de vrijheid van inrichting
als sequeel van de vrijheid van richting.
IV.9.2. De bekostiging van de rechtspersoon
De besturen van de rechtspersonen dragen binnen de bijzondere instellingen
in laatste instantie de verantwoordelijkheid voor de handhaving van de rich-
ting van die instellingen. Bij de inrichting van het bestuur van de bijzondere
instellingen nemen deze besturen dan ook een centrale plaats in. De wetgever
heeft die centrale plaats bevestigd door bij de formulering van voorwaarden
voor erkenning en/of van bekostiging in zowel de HO-wet als in de wet WO
aan deze besturen alle voorkomende bevoegdheden toe te kennen. De HO-
wet bepaalde, dat de rechtspersonen konden worden aangewezen als bevoegd
tot het hebben van een universiteit of hogeschool, waar academische graden
met effectus civilis konden worden verleend. ^* Zover gaat de wet WO thans
niet meer, maar deze wet bepaalt wel, dat de besturen van de rechtspersonen
elke wijziging van de statuten van de rechtspersoon aan de minister ter
kennis brengen, dat zij de regelen inzake de organisatie en het doelmatig be-
heer van de bijzondere instellingen vaststellen, dat zij de minister de nodige
inlichtingen geven en een jaarverslag uitbrengen van zowel de instelling als
het daartoe behorende academisch ziekenhuis.'*' Voorts zijn deze besturen,
mede in hun kwaliteit van werkgever van het personeel bij de bijzondere in-
stellingen, belast met het regelen van de financiële en overige rechtspositie
van het personeel.'*^ De jaarlijks toe te kennen rijksbijdrage wordt aan de
besturen van de rechtspersonen overgemaakt.'*^ Tenslotte zijn deze besturen
ook bij de WUB belast met het opstellen van regelen betreffende de inrich-
ting van het bestuur van de bijzondere instellingen.'*'*
Om dit takenpakket naar behoren te kunnen uitvoeren zouden de besturen
van de rechtspersonen moeten kunnen beschikken over de nodige materiële
en personele middelen. In de praktijk blijken zij daarover niet te beschikken
en daardoor nogal eens in de uitoefening van hun taken tekort te schieten.
De oorzaak daarvan is tweeledig. In de eerste plaats heeft de Kroon al vrij
spoedig na de totstandkoming van de wet-Gielen op een beroep van de VU
beslist, dat de activiteiten van de besturen van de rechtspersonen ten behoeve
van het functioneren van de bijzondere instellingen niet voor bekostiging in
aanmerking komen.'*' Om voor de hand liggende redenen hebben de be-
sturen van de rechtspersonen er sedert die beslissing steeds naar gestreefd om
het bestuur zo in te richten, dat de kosten van dat bestuur zoveel mogelijk
160. Artt. 184 en 200bis HO-wet.
161. Art. 93 wet WO.
162. Art. 94 wet WO.
163. Art. 96biswetWO.
164. Art. 42 üd 1 WUB.
165. KB van 14 november 1949, no. 17; zie par. III.5.3.
219
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's