De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 74
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
zou zijn. Dit voorschrift was dan ook niet een aanvullende waarborg voor de
kwaliteit van het onderwijs en is derhalve te beschouwen als een niet te
rechtvaardigen beperking van de vrijheid van onderwijs.'''
2. De regeling van het overheidstoezicht op de aangewezen bijzondere uni-
versiteiten vormde al evenzeer een beperking van de vrijheid van onderwijs,
maar het verrassende is, dat de wetgever deze door de Grondwet als een
speciale restrictie bedoelde beperking in 1905 omzette in een vrijwillig te
aanvaarden restrictie.'
3. Een bijzondere universiteit moest om voor aanwijzing in aanmerking te
komen tenminste drie faculteiten tellen.'' Met het toenmalig kameriid Roëll
kan men zich afvragen of deze bepaling wel ver genoeg gaat en of de aan-
wezigheid van slechts drie faculteiten voldoende recht kan doen aan de ge-
dachte, dat een universiteit een universitas omnium scientiarum behoort te
zijn.io
Door voor te schrijven, dat aangewezen bijzondere universiteiten binnen
50 jaar tot volledige universiteiten moesten zijn uitgegroeid kon de wetgever
enerzijds vasthouden aan deze gedachte, terwijl Kuyper aan de andere kant
de VU een wettelijke aansporing gaf om uit te groeien tot de universiteit, die
hem als stichter van deze instelHng steeds voor ogen had gestaan en waarin in
alle faculteiten onderwijs gegeven zou worden.'"'
4. De wettelijke regeling van de vakken, waarin aan de openbare universi-
teiten moest worden geëxamineerd, zou voortaan ook door de bijzondere
universiteiten moeten worden nageleefd. Dit betekende weliswaar een beper-
king van de vrijheid van inrichting van het onderwijs: 'te geven colleges en te
examineren vakken zijn ons nu bij de wet voorgeschreven en, waren we vrij,
ons beginsel koos Hcht anders','^ maar waarborgde tevens, dat zij die afstu-
deerden aan een aangewezen bijzondere universiteit konden beschikken over
een met het openbaar hoger onderwijs vergelijkbare dosis kennis, zodat daar-
mee de kwaliteit van de te verlenen doctoraten cum effectu civili als een paal
boven water stond. Voor het overige liet de wet de bijzondere universiteiten
97. In de wet Wetenschappelijk Onderwijs 1960 komt een voorschrift in deze vorm niet
meer voor; vgl. art. 120 sub c. De wet Universitaire Bestuurshervorming kent geen colleges
van curatoren.
98. Zie par. 1.5.3. en par. 1.7.3.
99. Vgl. het huidige art. 17 lid 2 wet WO, dat nog slechts bepaalt, dat een universiteit
— openbaar of bijzonder — nog slechts tenminste drie faculteiten, waaronder één B-facul-
teit, moet omvatten.
100. In 1960 hield ook minister Cals nog aan deze gedachte vast; zie Memorie van Ant-
woord bij het ontwerp-wet WO, blz. 20, en het verslag van een mondeling overleg over
hetzelfde onderwerp, blz. 10. Intussen is bij de wet Rijksuniversiteit Limburg van 3
december 1975, Stb. 717, een universiteit ingesteld met nog slechts twee faculteiten.
101. Zie 'Souvereiniteit in eigen kring', blzz. 33 e.v.: 'En vraagt ge ten slotte, of we die
afzonderlijke wetenschappelijke ontwikkeling dan niet slechts voor de godgeleerdheid,
maar voor alle faculteiten wenschen; ja, bedwingt ge misschien moeieUjk een glimlach om
de lippen, indien men van "Christelijke medicijnen" en "Christelijke logica" spot - hoor
dan ook op die bedenkingen ons antwoord'.
102. Zie dr. A. Kuyper: 'Een geloofsstuk', 1912, blz. 11.
64
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's