Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 236

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 236

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

held en de bijzondere universiteiten en hogescholen over de totstandkoming

van voorwaarden voor erkenning en/of bekostiging bestaat. Voorgesteld

wordt om bij de indiening van wetsontwerpen, waarin zodanige voorwaarden

zijn vervat, het advies van de betrokken bijzondere instellingen bekend te

maken. Dat aan een dergelijke procedure behoefte bestaat blijkt onder meer

uit het feit, dat sedert de financiƫle gelijkstelling van openbaar en bijzonder

wetenschappelijk onderwijs in 1970 verschillende wetten tot stand zijn ge-

komen, die als een aantasting van de vrijheid van onderwijs kunnen worden

beschouwd.

Een eerste voorbeeld daarvan is de Wet Universitaire Bestuurshervorming

1970, die vooral de vrijheid van inrichting van het bestuur van de bijzondere

universiteiten en hogescholen beperkt. De WUB geldt als voorwaarde voor

bekostiging, hoewel tussen deze voorwaarde en de bekostiging van de bijzon-

dere insteUingen geen duidelijk verband wordt gevonden. Nu een zodanige

samenhang ontbreekt is de WUB te beschouwen als een aantasting van de

vrijheid van onderwijs. Dat de wet de bijzondere instellingen ruimte laat om

van de bepalingen van de wet af te wijken, waar deze met haar eigen aard in

strijd komt, kan daaraan niet afdoen.

Een tweede geval betreft de Collegegeldwet 1974, die zich rechtstreeks op

de bijzondere instellingen van toepassing verklaarde. Deze wet verschaft een

ieder een onvoorwaardelijk recht op inschrijving bij elke openbare of

bijzondere instelling van wetenschappelijk onderwijs. Aldus ontneemt deze

wet de bijzondere insteUingen de mogelijkheid om personen, wier houding

tegenover haar richting als bijzondere instelling daartoe aanleiding geeft, niet

in te schrijven. Dit betekent een aantasting van, de vrijheid van inrichting van

het bestuur van de bijzondere universiteiten en hogescholen.

Een derde voorbeeld is de wet Herstructurering Wetenschappelijk Onder-

wijs van 1975, die voor de bijzondere universiteiten en hogescholen geldt als

voorwaarde voor erkenning en bekostiging. Deze voorwaarde voor erkenning

beoogt evenwel niet om de kwaliteit van het bijzonder onderwijs zeker te

stellen, maar bindt deze aan maximumeisen. Wanneer het onderwijs aan een

bijzondere instelling boven het wettelijk niveau uitstijgt dan verliest deze de

erkenning. Dit is in strijd met het stelsel van de Grondwet, waaruit volgt, dat

de eisen van deugdelijkheid alleen het zeker stellen van de kwaliteit van

onderwijs tot doel mogen hebben. De wet Herstructurering tast bovendien de

vrijheid van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs aan om desgewenst de

kwaliteit van het onderwijs ten eigen laste boven het door de wet toelaatbaar

geachte niveau te houden. Deze wet betekent derhalve een aantasting van de

vrijheid van inrichting van het onderwijs van de bijzondere instellingen.

De erkenning en vooral de bekostiging van het bijzonder wetenschappelijk

onderwijs zijn dus door de overheid aan een steeds groter aantal voorwaarden

gebonden. Hier staat tegenover, dat met name de wet op het Wetenschappe-

lijk Onderwijs 1960 de openbare universiteiten en hogescholen een allengs

grotere autonomie heeft verschaft. Weliswaar hebben de openbare instellin-

gen in verschillende opzichten minder vrijheid dan de bijzondere, toch zijn

de beide soorten instellingen wat betreft hun inrichting sterk naar elkaar toe-

gegroeid. Dit komt onder meer tot uiting in de uniforme bekostigingsrege-

ling. Zo ontstaat de situatie, dat de eigen inrichting van het bijzonder wefen-

224

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 236

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's