De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 180
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
enigszins staande te houden, door zich slechts overtuigd te verklaren van de
urgentie van verwezenlijking van medezeggenschap van alle geledingen en
zich bereid te tonen op die grondslag te zoeken 'naar vormen voor de uit-
werking van dit uitgangspunt, met inachtneming van de bijzondere aard en
positie van de Vrije Universiteit'.'*'^
In arren moede en om wat meer lijn in de discussie - zo daarvan nog
sprake was — te brengen, deed minister Veringa een nota 'Bestuurshervor-
ming universiteiten en hogescholen"*'* het licht zien. In deze nota bepleitte
hij een 'vanaf de basis' opgebouwde democratische bestuursstructuur, waarin
iedere geleding door middel van gekozen vertegenwoordigers een zeker recht
tot medebeslissen omtrent het functioneren van de universiteit of hogeschool
zou verkrijgen. Hij maakte onderscheid tussen de geledingen van het weten-
schappelijk personeel, van het technisch en administratief personeel en van
de studenten. Verder stelde hij, 'dat het kader, waarbinnen de bestuursher-
vormingen tot stand komen, voor de openbare en bijzondere instelhngen in
beginsel gelijk behoort te zijn. Deze visie laat zich zeer wel verenigen met de
grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van richting. Men dient in dit verband
te bedenken, dat de vrijheid van onderwijs en wetenschap betekent dat voor
elke universiteit een werkelijk fundamentele vrijheid en zelfstandigheid van
essentieel belang zijn, ongeacht of zij een openbare of een bijzondere instel-
ling is'.
De nota-Veringa kreeg nogal wat kritiek te verduren; deze richtte zich in de
eerste plaats tegen de gekozen uitgangspunten. Een poging om aan deze
kritiek enige richting te geven mislukte jammerlijk.'*''^ Van de bijzondere in-
stellingen was het vooral de VU, die zich expressis verbis""* tegen de nota
keerde. Opgemerkt werd, 'dat de aard, de signatuur van het onderwijs, dat zij
(de VU) doet geven een zaak van haar verantwoordelijkheid is'. De vrijheid
van richting is echter 'onlosmakelijk' met de vrijheid van inrichting van het
bestuur verbonden. Daarom moest het voornemen van de minister, 'dat als
een aan het onderwijs te stellen eis van deugdelijkheid (. . .) bij de wet zal
worden bepaald dat de bijzondere instellingen de bestuursstructuur zullen
moeten hebben welke bij de wet voor de openbare instellingen zal worden
vastgelegd' in strijd met de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van richting
worden geacht.
Voor deze laatste kritiek bleef de minister aanvankelijk ongevoelig. Op 17
februari 1970 deed hij een voorontwerp van wet op de universitaire bestuurs-
hervorming'*" uitgaan, waarin werd onderscheiden tussen het bestuur van de
universiteit of hogeschool als geheel en het bestuur van de faculteiten of af-
delingen daaronder. Per instelling zou uit de verschillende geledingen een
raad gekozen worden, die als hoogste bestuursorgaan zou moeten functio-
415. Officiële bekendmaking dd. 16 mei 1969.
416. Nota dd. 27 juni 1969; Bijlagen bij de Handelingen II 1968-1969, no. 10194.
417. De vaste Kamercommissie voor het Onderwijs belegde een hoorzitting, die echter
een zeer chaotisch verloop had; zie Cohen, blzz. 136-138.
418. Brief dd. 25 oktober 1969. De overige bijzondere of openbare instellingen reageer-
den niet schriftelijk op de nota-Veringa.
419. Brief OW dd. 13 februari 1970, DGW 190.922; zie ook persbericht OW dd. 13
februari 1970, no. 2302, vrijgegeven op 17 februari.
168
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's