Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 180

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 180

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

enigszins staande te houden, door zich slechts overtuigd te verklaren van de

urgentie van verwezenlijking van medezeggenschap van alle geledingen en

zich bereid te tonen op die grondslag te zoeken 'naar vormen voor de uit-

werking van dit uitgangspunt, met inachtneming van de bijzondere aard en

positie van de Vrije Universiteit'.'*'^

In arren moede en om wat meer lijn in de discussie - zo daarvan nog

sprake was — te brengen, deed minister Veringa een nota 'Bestuurshervor-

ming universiteiten en hogescholen"*'* het licht zien. In deze nota bepleitte

hij een 'vanaf de basis' opgebouwde democratische bestuursstructuur, waarin

iedere geleding door middel van gekozen vertegenwoordigers een zeker recht

tot medebeslissen omtrent het functioneren van de universiteit of hogeschool

zou verkrijgen. Hij maakte onderscheid tussen de geledingen van het weten-

schappelijk personeel, van het technisch en administratief personeel en van

de studenten. Verder stelde hij, 'dat het kader, waarbinnen de bestuursher-

vormingen tot stand komen, voor de openbare en bijzondere instelhngen in

beginsel gelijk behoort te zijn. Deze visie laat zich zeer wel verenigen met de

grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van richting. Men dient in dit verband

te bedenken, dat de vrijheid van onderwijs en wetenschap betekent dat voor

elke universiteit een werkelijk fundamentele vrijheid en zelfstandigheid van

essentieel belang zijn, ongeacht of zij een openbare of een bijzondere instel-

ling is'.

De nota-Veringa kreeg nogal wat kritiek te verduren; deze richtte zich in de

eerste plaats tegen de gekozen uitgangspunten. Een poging om aan deze

kritiek enige richting te geven mislukte jammerlijk.'*''^ Van de bijzondere in-

stellingen was het vooral de VU, die zich expressis verbis""* tegen de nota

keerde. Opgemerkt werd, 'dat de aard, de signatuur van het onderwijs, dat zij

(de VU) doet geven een zaak van haar verantwoordelijkheid is'. De vrijheid

van richting is echter 'onlosmakelijk' met de vrijheid van inrichting van het

bestuur verbonden. Daarom moest het voornemen van de minister, 'dat als

een aan het onderwijs te stellen eis van deugdelijkheid (. . .) bij de wet zal

worden bepaald dat de bijzondere instellingen de bestuursstructuur zullen

moeten hebben welke bij de wet voor de openbare instellingen zal worden

vastgelegd' in strijd met de grondwettelijk gewaarborgde vrijheid van richting

worden geacht.

Voor deze laatste kritiek bleef de minister aanvankelijk ongevoelig. Op 17

februari 1970 deed hij een voorontwerp van wet op de universitaire bestuurs-

hervorming'*" uitgaan, waarin werd onderscheiden tussen het bestuur van de

universiteit of hogeschool als geheel en het bestuur van de faculteiten of af-

delingen daaronder. Per instelling zou uit de verschillende geledingen een

raad gekozen worden, die als hoogste bestuursorgaan zou moeten functio-

415. Officiële bekendmaking dd. 16 mei 1969.

416. Nota dd. 27 juni 1969; Bijlagen bij de Handelingen II 1968-1969, no. 10194.

417. De vaste Kamercommissie voor het Onderwijs belegde een hoorzitting, die echter

een zeer chaotisch verloop had; zie Cohen, blzz. 136-138.

418. Brief dd. 25 oktober 1969. De overige bijzondere of openbare instellingen reageer-

den niet schriftelijk op de nota-Veringa.

419. Brief OW dd. 13 februari 1970, DGW 190.922; zie ook persbericht OW dd. 13

februari 1970, no. 2302, vrijgegeven op 17 februari.

168

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 180

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's