Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 126

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 126

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

droegen. Het financiële draagvlak van de VU met zijn nationale taak was

evenwel groter dan dat van de vele, kleine bijzondere scholen met hun vooral

lokale betekenis.'^^ In deze periode zijn door de VU geen pogingen aange-

wend om financiële steun van de overheid te verkrijgen. Vandaar ook, dat bij

de voorgenomen grondwetswijziging van 1887 met de positie van het bij-

zonder hoger onderwijs in het geheel niet werd gerekend.

Pas na de eeuwwisseling werd voor het eerst de mogelijkheid van subsi-

diëring van de bijzondere universiteiten aan de orde gesteld. Aanvankelijk lag

het in Kuypers bedoeling om in zijn wetsontwerp tot wijziging van de HO-

wet'^* ook een subsidieregeling op te nemen.'^' Mede gelet op de daartegen

geuite bezwaren heeft hij daar echter van afgezien. In de wet-Kuyper werd

uiteindelijk bepaald, dat aan bijzondere universiteiten een tegemoetkoming

in de kosten van de voorziening in onderwijslokalen van ten hoogste

f 100 000 over een periode van 25 jaar kon worden verleend,*^* Dit bedrag

werd verleend op grond van de overweging, dat wie voortaan aan een open-

bare universiteit een bijzondere leerstoel wenste in te stellen kosteloos zou

kunnen beschikken over lokaliteiten; deze vergoeding werd door de regering

aanvankelijk niet beschouwd als een subsidie. Tegen doortrekking van het in

1889 door de wetgever voor het lager onderwijs aanvaarde beginsel van

rechtsgelijkheid van ouders van kinderen aan zowel openbare als bijzondere

scholen naar het hoger onderwijs bestonden bij de totstandkoming van de

wet-Kuyper onoverkomelijke bezwaren.

Na de totstandkoming van de wet-Kuyper verzocht de VU onmiddellijk om

toewijzing van het wettelijk toegestane jaarbedrag van f 4000 voor de voor-

ziening in onderwijslokalen. Vanaf 1907 keerde het rijk dit bedrag jaarlijks

uit.^^'' Ook de Nijmeegse universiteit verzekerde zich aanstonds bij de stich-

ting van de toewijzing uit 's rijks kas van dit bedrag.

Na deze eerste tegemoetkoming werden door de VU in 1911'^* en in

J9I4129 (jg mogelijkheden van een ruimere financiële steun van het rijk

123. In 1880 telde de VU 1854 begunstigers, die tesamen f 13.700 bijdroegen; ofwel

f7,40 per begunstiger. De uitgaven voor één kind op een bijzondere lagere school be-

droegen daarentegen al f 15; zie De Savornin Lohman: 'De pacificatie', blz. 72.

124. Zie par. 11.2.

125. Zie De Ru blz. 32.

126. Het eerste ontwerp-Kuyper (1903) sprak van een subsidie van 25% van de bouw-

kosten tot een maximum van een ton in 25 jaar. Dit sloot aan bij de LO-wetswijziging van

1901,Stb. 87.

127. Het college van directeuren VU zag de toekenning van dit bedrag als een vanzelf-

sprekend gevolg van de aanwijzing. Een afzonderlijk request bleek echter noodzakelijk;

brief dd. 12 februari 1906, Archief directeuren VU 1906, no. 14. Gelet op art. 197

HO-wet beschikte de minister daarop gunstig; Archief directeuren VU 1906, nos. 29, 30

en 43. Tot 1926 bleef een jaarlijks request nodig, nadien keerde het rijk de tegemoetko-

ming ook ongevraagd uit.

128. In 1911 beraadde het college van directeuren zich over de vraag of art. 197

HO-wet toestond om de tegemoetkoming over 25 jaar ineens te ontvangen. Oud-minister

Kuyper achtte dit mogelijk, het college maakte daarvan echter toch geen gebruik; notulen

directeuren VU dd. 29 augustus, 20 oktober en 21 november 1911.

129. In 1914 werd in verband met de voorgenomen uitbreiding van de VU een com-

missie belast met een onderzoek 'of het mogelijk of wenselijk is, een poging te doen om

114

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 126

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's