De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 123
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
Hier passen twee kanttekeningen. De eerste is, dat het administratief be-
roep, dat met name voor het gesubsidieerde bijzonder onderwijs ook vóór
1976 reeds open stond,*'" zowel de doelmatigheid als de rechtmatigheid om-
vat. De tweede kanttekening is, dat in de Duitse literatuur ook aan de zoge-
naamde 'Konkurrentenklage' aandacht wordt besteed: 'Die Begünstigung des
einen durch Subventionsentscheidungen bedeutet gewöhnlich eine Benach-
teiligung des anderen im Wettbewerb'.'*' Art. 7 AROB lijkt voor een derge-
lijke Konkurrentenklage ruimte te bieden aan natuurlijke of rechtspersonen,
die rechtstreeks in hun belang zijn getroffen.'^^
III.3.4. Vormen van subsidie
De gegeven definities van het begrip subsidie laten ruimte voor verschillende
verschijningsvormen. Er bestaat dan ook een veelheid van subsidieregeUngen,
die elkaar voor een deel overlappen."^ In de eerste plaats wordt nog veel-
vuldig onderscheid gemaakt tussen 'overheidssubsidie' en andere subsidies;
het zou de begripsvorming en de gedachtenbepaling over dit onderwerp be-
vorderen, wanneer er van wordt uitgegaan, dat alleen dan van subsidie sprake
is, wanneer de overheid — hoe ook aangeduid — geldelijke bijdragen verleent
of financiële steun geeft ten behoeve van bepaalde activiteiten. Subsidie
wordt dan per definitie door de overheid verleend, zodat de term 'overheids-
subsidie' een pleonasme wordt. Het is daarentegen wel zinvol om te onder-
scheiden tussen rijkssubsidie, gemeentesubsidie en andere subsidies.
Belinfante maakt onderscheid tussen vier rechtsvormen"'* van subsidie: de
volledige regehng bij de wet; de subsidieverlening bij ongereglementeerde in-
dividuele beschikking; de verlening bij door pseudowetgeving gereglemen-
teerde individuele beschikking en de verlening bij individuele beschikking, ge-
baseerd op een wettelijk geregelde planning of programmering."^ Men kan
zich afvragen of er een wezenlijk verschil bestaat tussen subsidiëring bij volle-
dige wettelijke regehng en de drie andere, door Behnfante genoemde rechts-
vormen van subsidie."* Er zijn wel verschillen in flexibiliteit en rechtszeker-
heid aanwijsbaar, maar deze wijzen niet op het bestaan van volledig verschil-
lende rechtsfiguren; in beide gevallen wordt dan ook gesproken van subsi-
diëring. Van meer belang is, dat de overheid een zeer grote vrijheid geniet bij
de keuze van de rechtsvorm. Welke criteria de overheid bij die keuze aanlegt
is niet altijd duidelijk; mede met het doel om aan de onderscheiden rechts-
110. Zie o.a. artt. 96 lid 3, 110 en 117 subfcwet WO.
111. Manfred Zuleeg: 'Subventionskontrolle durch Konkurrentenklage', 1974, blz, 59.
112. Zie Steenbeek: 'Wet A.R.O.B.', blzz. 96-100.
113. Vgl. drs. E.Th.A. van der Marck/drs. H.J. Tankink: 'Subsidieplan', gepubliceerd in
Bestuurswetenschappen 1974, no. 3, blz. 140.
114. Vgl. prof. mr. J.G. Steenbeek: 'De overheidssubsidie', preadvies NJV XLIV, 1961,
blz. 85.
115. Prof. mr. A.D. Belinfante: 'De vier rechtsvormen van overheidssubsidie', Bestuurs-
wetenschappen 1968, no. 1, blz. 7.
116. De hoofden der ministeriële departementen ontlenen hun bevoegdheid tot het toe-
kennen van subsidies aan het KB van 27 juli 1952, Stb. K 320.
111
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's