De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 48
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
wetgever, dat de vrijheid tot het geven van hoger onderwijs niet alleen aan
individuele staatsburgers, maar ook aan niet-individuele 'personen' als grond-
recht toekomt, is derhalve juist.^"^^
De wetgever aanvaardde als uitgangspunt, dat bijzonder onderwijs van pri-
vaatrechtelijke personen uitgaat en niet van het openbaar gezag kan uitgaan.
Nu heeft De Ranitz^*^ tegenover Meijers^"** met succes het standpunt ver-
dedigd, dat de rijksuniversiteiten geen enkele privaatrechtelijke zeltstanüig-
heid bezaten. De Wet op het Wetenschappelijk Onderwijs 1960^'*'' heeft aan
de rijksuniversiteiten rechtspersoonlijkheid verleend en daarmee een zekere
zelfstandigheid van deze instelhngen erkend. Door echter aan de andere kant
de rechtspersoonlijkheid bezittende rijksuniversiteiten niet onder de toepas-
sing van Boek 2 van het BW te brengen^'** is niettemin het pubhekrechtelijk
karakter van de rijksuniversiteiten bevestigd.^"^^ Het openbaar onderwijs
draagt dus een publiekrechtelijk karakter; het bijzonder hoger onderwijs
— het lager en middelbaar bijzonder onderwijs verschillen daarin niet van het
hoger — gaat steeds uit van particuher initiatief, van privaatrechtelijke rechts-
personen of van kerkgenootschappen; het bijzonder onderwijs draagt daarom
per definitie een privaatrechtelijk karakter. Dit verschil in karakter tussen het
pubhekrechtelijk openbaar onderwijs en het privaatrechtelijk bijzonder
onderwijs leidt onder meer tot verschillen in rechtspositie van het personeel,
dat bij het openbaar en bijzonder onderwijs werkzaam is.^'"
Het gaat hier evenwel om een formeel verschil tussen openbaar en bijzon-
der onderwijs. De overheid doet het thans wel voorkomen^'' als ware vooral
het privaatrechtelijk karakter het belangrijkste verschil tussen bijzonder en
openbaar onderwijs. Daarmee zet men de zaak echter op haar kop. Naar ook
244. Anders mr. J.H. van Krefeld: 'In hoeverre mogen en moeten bij het verlenen van
subsidie voorwaarden worden gesteld?' , preadvies, Handelingen NJV 1977, deel I tweede
stuk, blzz. 130 e.v.
245. T.a.p. blzz. 56 e.v. Hij stelt, dat een rijksuniversiteit een tak is van de openbare
dienst; zijn onderzoek leidt hem tot de conclusie, dat het nooit de bedoeHng is geweest de
rijksuniversiteiten rechtspersoonlijkheid te verlenen. Hij toont verder aan, dat ook vóór
1876 universiteiten niet als zedeUjke lichamen met rechtspersoonlijkheid werden be-
schouwd.
246. Mr. E.M. Meijers: 'De universiteit als zelfstandig üchaam', opgenomen in PaUas Lei-
densis 1925, blzz. 52 e.v.
247. Wet van 22 december 1960, Stb. 559.
248. Art. 1 Ud 2 van Boek 2 van het BW luidt: 'Andere lichamen, aan wie een deel van
de overheidstaak is opgedragen, hebben slechts rechtspersoonlijkheid, indien dit uit het
bij of krachtens de wet bepaalde volgt'. In Ud 3 is bepaald, dat de bepalingen van Boek 2
op deze rechtspersonen — en de rijksuniversiteiten behoren daartoe — niet van toepassing
zijn.
249. Arriëns, blz. 81, spreekt van publiekrechteUjke zelfstandigheid.
250. Zie onder andere Mr. B.J. van der Net: 'Kringenrechtspraak voor leerkrachten bij
het bijzonder onderwijs', ac. pr. Leiden, 1977. In artt. 51—62 HO-wet werd de ambtelijke
status van het personeel van de rijksuniversiteiten uitvoerig geregeld, maar over de rechts-
positie van personeel bij het bijzonder hoger onderwijs zweeg de wet.
251. Zie de briefwisseUng, die over de periode 1972—1977 is gevoerd tussen de staats-
secretaris van Onderwijs en Wetenschappen en de drie bijzondere universiteiten en hoge-
scholen. Vgl. ook de door senator de Rijk vertolkte opvattingen. Handelingen I
I970-I971, blzz. 10-15 (over de 100%-wet) en blzz. 152-178 (over de Wet Universi-
taire Bestuurshervorming); zie par. III.7.4.2. en III.9.4.
38
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's