De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 117
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
niet te beschouwen als een poging tot gelijkschakeling van openbaar en
bijzonder onderwijs.
III. 3. Subsidie
Na de korte schets in de vorige paragraaf van de financiële gelijkstelling van
openbaar en bijzonder lager onderwijs komt nu aan de orde de realisering van
de financiële gelijkstelling bij het wetenschappelijk onderwijs. Omdat echter
de verschillende bijzondere universiteiten en hogescholen aanvankelijk op
zeer uiteenlopende manieren financiële steun uit de openbare kassen hebben
genoten en omdat aan de verlening van subsidie evenals aan de toekenning
van de effectus civilis voorwaarden door de overheid zijn verbonden, lijkt het
zinvol eerst het verschijnsel subsidie aan een nadere beschouwing te onder-
werpen.
III.3.1. Subsidie als beleidsinstrument
Indien de overheid - 'in absolute zin de rijkste in den lande'''* - er zich om
welke reden ook toe laat brengen om bepaalde activiteiten financieel te
steunen, dan is sprake van subsidie. Zo omschreven Hartog en Van Poelje
subsidie in 1952 als 'geldelijke bijdragen van gezagsorganen, hetzij aan parti-
culiere instellingen, hetzij aan publieke instellingen, welke ressorteren onder
de eerstgenoemde gezagsorganen, ter financiering van lopende uitgaven ten
bate van bepaalde activiteiten'.''^ Latere definities hebben deze omschrijving
aangevuld. Van Haersolte wees er op, dat ook van subsidie sprake is, wanneer
de overheid niet een geldelijke doch wel op geld waardeerbare steun ver-
leent.''* Een recentere definitie omschrijft subsidie als 'een uitgave van de
overheid, die rechtstreeks samenhangt met bepaalde activiteiten van de ge-
subsidieerde en waarmede wordt beoogd de hoeveelheid en de kwaliteit van
deze activiteiten te beïnvloeden';"" nadrukkelijker dan voorheen richt deze
definitie zich op wat het doel van subsidieverlening behoort te zijn.
Te vermelden is ook de omschrijving van Wolff: 'Subventionen in engerem
Sinne sind vermögenswerte* Zuwendungen, die ein Trager öffentlicher Ver-
waltung privaten Unternehmern unmittelbaar oder durch Dritte gewahrt, um
sie instandzusetzen, öffentlichen Bedürfnissen zu entsprechen'.*^ Subsi-
diëring heeft dus kennelijk tot doel om gericht bepaalde particuliere activi-
teiten te ondersteunen en die activiteiten moeten volgens Wolff aan openbare
76. Aldus mr. R.A.V. van Haersolte: 'De overheidssubsidie', 1961, preadvies VAR
XLIV, blz. 8.
77. Drs. F. Hartog/prof.dr. S.0. van Poelje: 'Bestuur door middel van subsidiëring', pre-
advies Bestuurswetenschappen 1952, blzz. 117 e.v.
78. Preadvies, blzz. 6-7.
79. COBA-rapport: 'Het instrument subsidie. Een leidraad voor het subsidieonderzoek',
Beleidsanalyse 1976, nr. 1.
80. Vgl. Van Haersolte's 'op geld waardeerbaar'.
81. H.J. Wolff: 'Verwaltungsrecht IH', derde editie, blz. 256.
105
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's