Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 127

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 127

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

onderzocht. Pas in 1919 steeg de financiële nood van de VU zo hoog, dat het

college van directeuren met de minister contact opnam;'^ het jaar daarop

verzond dit college een request aan de Koningin.'^^ Dit verzoek bleef echter

onbeantwoord. Op een suggestie van minister De Visser hernieuwde het col-

lege zijn verzoek in 1921,'^^ toen werd gevraagd op de rijksbegroting voor

1922 een bedrag van f 50 000 ten behoeve van een medische faculteit aan de

VU te willen uittrekken.'^^

De minister beschikte gunstig op dit verzoek en berichtte de Vereniging

voor Hoger Onderwijs op Gereformeerde Grondslag, dat haar over het jaar

1922 een subsidie van f 20 000 ten behoeve van 'psychiatrische en physiolo-

gische onderzoekingen' was toegekend. Ook in de daarop volgende jaren

werd deze subsidie verleend; wel echter werd in de jaren 1924, 1925 en in de

jaren dertig het subsidiebedrag verlaagd."'*

Naar de door Belinfante gegeven indeling was hier sprake van subsidiever-

lening bij ongereglementeerde individuele beschikking; gekozen werd voor de

vermeerdering van Rijkssubsidie te verkrijgen'. In haar vertrouwelijk rapport voorzag deze

commissie een jaarlijks begrotingstekort van f 15.000 en een dekkingstekort van f 12.000

voor het meest bescheiden plan van uitbreiding; Archief directeuren VU 1914, no. 28.

De commissie meende, dat deze uitbreiding een medische faculteit zou moeten inhou-

den, mede omdat deze 'in het algemeen het meest door de voorstanders van de VU ge-

wenscht wordt'; dit zou evenwel leiden tot financiële consequenties, 'welker voldoening

redelijkerwijze niet van haar voorstanders kan worden verwacht'. Steun van staatswege zou

niet mogen ontbreken.

De commissie achtte subsidie aanvaardbaar, 'wanneer die steun op zoodanige wijze

wordt verleend, dat daardoor de bemoeiingen van de vrienden der VU niet worden ver-

lamd en de zelfstandigheid der VU niet in het gedrang komt . . .'.

De commissie meende, dat de wetgever in art. 197 HO-wet het 'rechtvaardige der subsi-

dieering' had erkend. Wel werd er op gewezen, dat de regering zich in 1904 nadrukkelijk

niet over subsidiëring had willen uitspreken; Handelingen II 1904—1905, blz. 1566.

Tot slot werd opgemerkt, dat de overheid het bijzonder onderwijs de middelen niet mag

onthouden, 'welke voor haar vrije ontwikkeling levensvoorwaarde zijn' en dat bovendien

ook de NEH een subsidie genoot, die de tegemoetkomingen aan de VU ver te boven ging.

130. Op de vraag of een subsidie van 'bijv. f 10.000,-' voor de zogenaamde vrijbedden

in de psychiatrische kliniek mogelijk zou zijn, antwoordde de minister, dat de HO-wet een

tegemoetkoming van meer dan een ton voor de voorziening in onderwijslokalen niet

toeliet; Archief curatoren VU 1919, nos. 9 en 12.

131. Na aanvankelijk te hebben overwogen om op wetswijziging aan te dringen besloten

de colleges van directeuren en curatoren van de VU op advies van de senaat om gelet op

de grote financiële nood voor het ogenblik te volstaan met een verzoek om een eenmalige

subsidie; Archief directeuren VU 1919, nos. 66 en 67; 1920 nos. 29 en 30.

132. Desgevraagd antwoordde minister De Visser senator en voorzitter van het college

van directeuren De Waal Malefijt, dat hij niet onwelwillend stond tegenover een verdere

subsidiëring van het bijzonder hoger onderwijs, maar dat de financiële toestand van het

land een groot bezwaar vormde; hij toonde echter bereidheid de VU toch een behoorHjke

subsidie te verzekeren; Archief directeuren VU 1921, no. 6.

133. De medische faculteit i.o. telde toentertijd reeds twee van de minimaal drie door

de wet voorgeschreven hoogleraren; Archief directeuren VU 1921, no. 7.

134. Zie KB van 1 juli 1922, no. 287; Archief directeuren VU 1922, no. 54. In 1924

werd de subsidie verminderd met f2.000; brief OKW van 13 februari 1924, Archief

directeuren VU 1924, no. 20. Van 1925 tot 1931 werd de subsidie met nog eens f 2.000

verminderd; na 1931 beliepen verdere kortingen 10, 15 of 23,5%.

115

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 127

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's