De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 190
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
In de laatste plaats hield de geciteerde passage een volkomen ontkenning
van het bestaan van een vrijheid van inrichting van het bestuur als sequeel
van de vrijheid van richting in. Deze ontkenning werd door minister Veringa
bij de behandeling van zijn ontwerp door de Eerste Kamer met zoveel
woorden herhaald. Hiervoor''*^ is evenwel geschetst, dat bij de bijzondere in-
stellingen vanouds de uit de vrijheid van richting voortvloeiende behoefte aan
een vrijheid van inrichting van het bestuur bestond. Daarbij is er tevens op
gewezen, dat de inrichting van het bestuur van met name de VU wel degelijk
afweek van die van de rijksinstellingen; van een academisch zelfbestuur, zoals
dat bij de openbare instellingen gold was aan de VU eigenlijk geen sprake.
Met andere woorden: de bijzondere instellingen kenden tot het inwerking-
treden van de WUB wel degelijk een vrijheid van inrichting van het bestuur,
voortvloeiende uit de vrijheid van richting. De WUB beperkte deze vrijheid
van de bijzondere instellingen ondanks het voorschrift, dat de bijzondere in-
stellingen bij het ontwerpen van een structuurregeling het bij of krachtens de
WUB voor de openbare instellingen bepaalde in acht dienden te nemen voor
zover de eigen aard van hun instelling zich daartegen niet verzette. Het begrip
'eigen aard' was aanvankelijk door de bijzondere instellingen zelf geïntrodu-
ceerd en door de minister aanvaard als mede omvattende de vrijheid van in-
richting van het bestuur. De verklaring van de minister in de Eerste Kamer,
dat dit begrip 'eigen aard' uitsluitend op het privaatrechtelijk karakter be-
trekking heeft, kan hieraan niet afdoen. De vraag is nu onder ogen te zien of
de WUB is te beschouwen als een vrijwillig aanvaarde, speciale restrictie van
de vrijheid van onderwijs.
De omschrijving van de vrijwillig aanvaarde, speciale restrictie is inmiddels
bekend: men kan zich vrijwillig jegens de overheid verplichten tot het op-
geven van een deel van zijn grondwettelijke vrijheden onder voorwaarde, dat
daar iets positiefs tegenover staat; een vrijwillige beperking van de grond-
rechten dient evenredig te zijn met en in een functionele relatie te staan tot
de tegenprestatie van de overheid."^^^ Hebben de bijzondere instellingen zich
Vïjj willig jegens de overheid verplicht tot het opgeven van een deel van hun
vrijheid, i.e. de vrijheid van inrichting van het bestuur? Minister Veringa
heeft hen wel gehoord en is aan hun bezwaren tegen zijn voorontwerp in
belangrijke mate tegemoet gekomen.''^' Maar ook aldus bleef het ontwerp
een ingrijpende inbreuk vormen op haar vrijheid, inzoverre de vraag, of
afwijkingen van de regeling voor de openbare instellingen op grond van de
eigen aard van de bijzondere universiteiten en hogescholen toetsbaar moesten
worden geacht, in laatste instantie door de Kroon zou moeten worden be-
slist. Hier was zeker plaats voor een uitdrukkelijke verklaring van instemming
van de bijzondere instellingen met het ontwerp. Daarvan blijkt echter uit de
verschillende besprekingsverslagen niet. Wellicht zou men moeten aannemen,
dat de bijzondere instelhngen in het — gewijzigd — wetsvoorstel van minister
Veringa tenslotte hebben berust, omdat zij begrip hadden voor de overwe-
ging, welke de minister er toe bracht om naast de openbare instellingen ook
467. Ziepar. III.9.1.
468. Vgl. par. II.3.2.
469. Zie par. 111.9.3.
178
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's