Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 190

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 190

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

In de laatste plaats hield de geciteerde passage een volkomen ontkenning

van het bestaan van een vrijheid van inrichting van het bestuur als sequeel

van de vrijheid van richting in. Deze ontkenning werd door minister Veringa

bij de behandeling van zijn ontwerp door de Eerste Kamer met zoveel

woorden herhaald. Hiervoor''*^ is evenwel geschetst, dat bij de bijzondere in-

stellingen vanouds de uit de vrijheid van richting voortvloeiende behoefte aan

een vrijheid van inrichting van het bestuur bestond. Daarbij is er tevens op

gewezen, dat de inrichting van het bestuur van met name de VU wel degelijk

afweek van die van de rijksinstellingen; van een academisch zelfbestuur, zoals

dat bij de openbare instellingen gold was aan de VU eigenlijk geen sprake.

Met andere woorden: de bijzondere instellingen kenden tot het inwerking-

treden van de WUB wel degelijk een vrijheid van inrichting van het bestuur,

voortvloeiende uit de vrijheid van richting. De WUB beperkte deze vrijheid

van de bijzondere instellingen ondanks het voorschrift, dat de bijzondere in-

stellingen bij het ontwerpen van een structuurregeling het bij of krachtens de

WUB voor de openbare instellingen bepaalde in acht dienden te nemen voor

zover de eigen aard van hun instelling zich daartegen niet verzette. Het begrip

'eigen aard' was aanvankelijk door de bijzondere instellingen zelf geïntrodu-

ceerd en door de minister aanvaard als mede omvattende de vrijheid van in-

richting van het bestuur. De verklaring van de minister in de Eerste Kamer,

dat dit begrip 'eigen aard' uitsluitend op het privaatrechtelijk karakter be-

trekking heeft, kan hieraan niet afdoen. De vraag is nu onder ogen te zien of

de WUB is te beschouwen als een vrijwillig aanvaarde, speciale restrictie van

de vrijheid van onderwijs.

De omschrijving van de vrijwillig aanvaarde, speciale restrictie is inmiddels

bekend: men kan zich vrijwillig jegens de overheid verplichten tot het op-

geven van een deel van zijn grondwettelijke vrijheden onder voorwaarde, dat

daar iets positiefs tegenover staat; een vrijwillige beperking van de grond-

rechten dient evenredig te zijn met en in een functionele relatie te staan tot

de tegenprestatie van de overheid."^^^ Hebben de bijzondere instellingen zich

Vïjj willig jegens de overheid verplicht tot het opgeven van een deel van hun

vrijheid, i.e. de vrijheid van inrichting van het bestuur? Minister Veringa

heeft hen wel gehoord en is aan hun bezwaren tegen zijn voorontwerp in

belangrijke mate tegemoet gekomen.''^' Maar ook aldus bleef het ontwerp

een ingrijpende inbreuk vormen op haar vrijheid, inzoverre de vraag, of

afwijkingen van de regeling voor de openbare instellingen op grond van de

eigen aard van de bijzondere universiteiten en hogescholen toetsbaar moesten

worden geacht, in laatste instantie door de Kroon zou moeten worden be-

slist. Hier was zeker plaats voor een uitdrukkelijke verklaring van instemming

van de bijzondere instellingen met het ontwerp. Daarvan blijkt echter uit de

verschillende besprekingsverslagen niet. Wellicht zou men moeten aannemen,

dat de bijzondere instelhngen in het — gewijzigd — wetsvoorstel van minister

Veringa tenslotte hebben berust, omdat zij begrip hadden voor de overwe-

ging, welke de minister er toe bracht om naast de openbare instellingen ook

467. Ziepar. III.9.1.

468. Vgl. par. II.3.2.

469. Zie par. 111.9.3.

178

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 190

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's