De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 218
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
bezigde 'eerbiedigen' van de vrijheid van de keuze der leermiddelen en de
aanstelling der docenten. De wetgever heeft hieraan gevolg gegeven door
onder meer te bepalen, dat de bepalingen van de WUB door de bijzondere
universiteiten en hogescholen slechts in acht behoeven te worden genomen,
voorzover de eigen aard van deze instellingen zich daartegen niet verzet. ^
De vrijheid van richting biedt het bijzonder onderwijs de mogelijkheid om
in het onderwijs een bepaalde relatie tot een levensbeschouwelijke opvatting
gestalte te geven en ontslaat dit onderwijs van de verplichting om ieders gods-
dienstige begrippen te eerbiedigen. De VU stelt zich dan ook ten doel om al
haar arbeid in gehoorzaamheid aan het Evangelie van Jezus Christus te
richten op het dienen van God en zijn wereld.^"' Minder ver gaat de doelstel-
ling van de KU en de KKT}'^
De vraag is nu of en in hoeverre verschillen tussen het bijzonder en het
openbaar wetenschappelijk onderwijs het gevolg zijn van de omstandigheid,
dat de bijzondere instellingen in het genot zijn van de vrijheid van richting.
Elke afwijking van het voor het openbaar wetenschappelijk onderwijs gelden-
de regiem, die kan worden teruggevoerd op de vrijheid van richting en de
eigen aard van de bijzondere instellingen, is immers op grond van de Grond-
wet gerechtvaardigd en moet door de wetgever in acht worden genomen. Het
'al haar arbeid', waarvan in de structuurregeling van de VU sprake is, doet
vermoeden, dat een zeer ruim gebruik gemaakt wordt van de vrijheid van
richting om bepaalde afwijkingen te motiveren en te rechtvaardigen.
De drie bijzondere universiteiten en hogescholen worstelen met hun rich-
ting. In de kring van de beide katholieke instelhngen is in toenemende mate
de vraag te beluisteren, wat de betekenis van de confessionaliteit nog is en
welke consequenties een keuze voor deconfessionalisering zou kunnen of
moeten hebben.'"^ Aan de KHT is daarom een inventarisatie gemaakt van de
feitelijke inhoud van de katholieke signatuur. Principieel anders en juister
heeft de VU deze vraagstukken aangepakt door positief de vraag te stellen
hoe de maatschappelijke verantwoordelijkheid van een bijzondere universi-
teit tot gelding gebracht kan worden;^* getracht wordt om de doelstelling
van deze instelling meer gestalte en inhoud te geven.^"^ Daarbij wordt in de
eerste plaats aandacht besteed aan het personeelsbeleid, in het bijzonder voor
wat betreft de aansteUingen en benoemingen, in het besef, dat het vooral de
medewerkers van de VU zijn, die in hun dagelijks werk en in hun dagelijkse
colleges aan studenten, omgang met elkaar en in hun verdere betrekkingen
vorm zullen moeten geven aan de doelstelling van deze universiteit. Men be-
seft terecht, dat het bestaansrecht van de VU als een bijzondere universiteit
100. Art. 42 WUB; vgl. par. III.9.3.
101. Art. 1.3.1. van de Regelen voor de VU.
102. De statuten van deze beide instellingen spreken over het instandhouden van een
katholieke instelUng van wetenschappelijk onderwijs.
103. Zie het rapport 'Confessionele signatuur van de Kathoüeke Hogeschool Tilburg',
november 1975.
104. Zie het verslag van de Algemene Vergadering van de Vereniging voor Wetenschap-
pelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag dd. 16 juni 1973, onder het motto: 'De VU
is van U , met een inleiding van prof. dr. B. Goudzwaard.
105. Zie de nota 'Aanstellingen en benoemingen' dd. 17 maart 1976, Universiteitsraad
no. 60760.
206
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's