De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 155
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
Dit houdt de erkenning in, dat de overheid niet een exclusieve bevoegdheid
heeft tot het stellen van eisen van deugdelijkheid, maar zich daarbij soms ook
als zaakwaarnemer voor de betrokkenen in de samenleving kan opwerpen.
Vanuit dat gezichtspunt is het niet steeds zinvol, dat de overheid de eisen van
deugdelijkheid in de wet verankert; dat zou verstarrend kunnen werken.
Terecht heeft de wetgever er zich in 1963 van onthouden om de eisen van
deugdelijkheid te formuleren voor onderwijs, dat in de eerste plaats is
bedoeld voor de van de staat gescheiden kerk en waarvan de deugdelijkheid
door de kerkgenootschappen het beste kan worden beoordeeld.^''*
III.7. De financiële gelijkstelling van openbaar en bijzonder wetenschappe-
lijk onderwijs
III.7.1. Het Akkoord van Wassenaar
De wet WO was nog maar amper in het Staatsblad verschenen of er rezen bij
de bijzondere instellingen twijfels over de vraag of een rijkssubsidie van 95%
wel voldoende zou zijn om het bijzonder wetenschappelijk onderwijs
blijvend uit de financiële problemen te houden.^^^ In juli 1960 had de minis-
ter de commissie van voorbereiding van wetsontwerp-2597 medegedeeld, dat
bij dit subsidiepercentage de eigen kosten van de KU tegen 1965 op ca.
f 1,8 miljoen en voor de VU tegen 1970 op f 1,5 a 2 miljoen werden ge-
schat.^'^ Met name ook de plannen van de minister tot uitbreiding van het
wetenschappelijk onderwijs^ deden weldra het vermoeden ontstaan, dat de
eigen bijdragen al spoedig verder zouden oplopen en dat een rijksbijdrage van
95% al ver voor die jaartallen tekort zou schieten.
De VU, die zich het eerst met deze problematiek geconfronteerd zag, traa
in overleg met de KU. Daarbij bleek, dat ook deze universiteit zich spoedig in
vrij ernstige financiële problemen zou bevinden.^^ Tot de verschillende
mogelijkheden om aan deze perikelen het hoofd te bieden behoorde een ver-
276. In overleg met Deputaten der Gereformeerde Kerken deelde het college van direc-
teuren VU de minister in verband met het nieuwe art. 33bis wet WO mede niet te zullen
verklaren, dat de faculteit der godgeleerdheid aan de VU geheel of gedeeltelijk buiten de
erkenning of de bekostiging door het rijk wenste te blijven; brief Deputaten dd. 16
augustus 1963; brief VU dd. 30 september 1963, zie Archief curatoren VU, dossier 'Sub-
sidiëring theologische faculteit'.
Ook het coUege van curatoren KU deelde de minister mede, dat de theologische facul-
teit niet buiten de erkenning of bekostiging door het rijk wenste te blijven; brief dd. 20
december 1963, no. 53.787.
277. De eerste twijfels rezen aan de VU; zie nota dd. 19 januari 1961, Archief direc-
teuren VU 1961, no. 54.
278. Verslag van een mondeling overleg over wetsontwerp—2597, vraag en antwoord
no. 5.
279. Ziepar. II.6.1.
280. De bijzondere universiteiten meenden ieder jaarlijks een bedrag van ca.f 1,5
miljoen bijeen te kunnen brengen; het eigen aandeel van de KU over 1962 bedroeg echter
reeds f 2,67 miljoen.
143
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's