Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 199

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 199

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

IV. De rechtspositie van het bijzonder

wetenschappeHjk onderwijs in Nederland

IV. 1. Onderwijs, wetenschap en vrijheid

Onderwijs en wetenschap genieten in Nederland een grote belangstelling.

Voor het onderwijs zijn in de loop der geschiedenis meer mensen op de bres

gesprongen dan voor enige andere actie of doelstelling. De petitionnementen

van 1830 en 1878' waren relatief de grootste demonstraties, welke ooit vóór

of nadien in Nederland zijn gehouden. Vrijwel iedereen heeft met onderwijs

te maken. De spanning, die mede als gevolg daarvan ontstaat tussen indivi-

dueel belang en belangsteUing en het algemene belang, dat er goed onderwijs

zij, komt tot uitdrukking in de veelheid van vrijheidsrechten, die op onder-

wijs en wetenschap betrekking hebben. Te denken valt onder meer aan de

vrijheid van schoolkeuze, de vrijheid van studiekeuze of studievrijheid, de

vrijheid van stichting van scholen, de vrijheid van richting, de vrijheid van

inrichting van het onderwijs en van het bestuur, de vrijheid van benoeming

van docenten, de vrijheid van de keuze der leermiddelen, de vrijheid van leer-

methode, de leervrijheid, de vrijheid van de wetenschap, academische vrij-

heid, universitaire vrijheid en de vrijheid van wetenschappelijke studie en

wetenschappelijk onderzoek.^

In de voorgaande hoofdstukken is in al deze vrijheidsrechten een zekere

ordening aangebracht. In de eerste plaats zijn te onderscheiden de vrijheids-

rechten, die toevallen aan de onderwijsvragenden: ouders, leerlingen en stu-

denten.^ Het betreft hier de vrijheid van schoolkeuze, die in 1848 zijdehngs

ter sprake is geweest bij de grondwetswijziging, en de vrijheid van studie-

keuze of studievrijheid.'* Naast de aan de onderwijsvragenden toekomende

rechten staan de vrijheidsrechten voor hen, die onderwijs wensen te geven of

te doen geven. De vrijheid tot het geven van onderwijs is in 1848 door de

grondwetgever erkend; zij omvat: de vrijheid tot het stichten van scholen; de

in de Grondwet sedert 1917 met zoveel woorden genoemde vrijheid van

richting, de vrijheid van de keuze der leermiddelen en de vrijheid van de be-

noeming der docenten; de vrijheid van inrichting van het onderwijs en het

bestuur en de vrijheid van leermethode.

1. Zie par. 1.2.2. en III.2.1.

2. Vgl. prof. mr. J.G. Steenbeek: 'Vrijheid van wetenschappelijke studie en wetenschap-

pelijk onderzoek', opgenomen in de bundel 'Vrijheid en recht'.

3. Vgl. par. 1.4.2.

4. Zie par. II.6.4.

187

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 199

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's