De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 45
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
1.7.4. De vrijheid van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs
.1A.\. Het A t h e n a e u m Illustre
Het Athenaeum Illustre was een door de gemeente Amsterdam in stand ge
houden instelling van hoger onderwijs.^^* Dit athenaeum ging dus uit van het
openbaar, gemeentelijk gezag en het lijkt daarom wellicht wat vreemd om in
een aan het bijzonder onderwijs gewijde paragraaf aandacht te besteden aan
juist deze instelling. Toch bestaat daartoe aanleiding, omdat toen in 1876
verschillende leden der StatenGeneraal het Athenaeum Illustre wensten te
verheffen tot universiteit met het ius promovendi cum effectu civili — op
voorwaarde, dat het athenaeum aan bij de wet te stellen voorwaarden zou
voldoen —, dit voorstel principieel werd bestreden met het argument, dat het
onderwerpen van een gemeentelijke instelhng van hoger onderwijs aan ver
schillende wettelijke voorschriften niet viel te rijmen met de in de Grondwet
gewaarborgde vrijheid van onderwijs. ^^^
Op voorstel van de heer Kappeyne van de Coppello besloot de Tweede
Kamer evenwel om aan het Athenaeum Illustre universiteitsrechten te ver
lenen, mits het athenaeum als een rijksuniversiteit zou worden ingericht.
Teneinde als rijksuniversiteit te kunnen functioneren werd aan het gemeente
bestuur van Amsterdam voorgeschreven, dat het alle besluiten met betrek
king tot het onderwijs, de benoeming van docenten en een behoorlijke in
richting tevoren aan de minister ter kennis moest brengen. Besluiten zouden
niet mogen worden uitgevoerd, dan nadat zou zijn gebleken, dat daartegen
van de zijde van de minister geen bezwaren bestonden. Aan het Athenaeum
Illustre werd derhalve de effectus civilis verleend onder de voorwaarde, dat
deze instelling zich onder nauwgezet staatstoezicht zou stellen. De aan deze
voorwaardelijke toekenning van de effectus civilis ten grondslag Uggende ge
dachte was, dat door intensief toezicht de kwaliteit van het onderwijs aan
het Athenaeum Illustre voldoende zou kunnen worden gewaarborgd om de
toekenning van de effectus civilis te kunnen rechtvaardigen.^^"
De verheffing van het Athenaeum Illustre tot universiteit^^^ geeft aan
leiding tot een tweetal kanttekeningen. In de eerste plaats deze, dat sedert
1876 volkomen vast staat, dat gemeentelijke onderwijsinsteüingen tot het
openbaar onderwijs gerekend moeten worden. Een beroep van gemeente
besturen op de vrijheid van onderwijs tegen inmenging door de centrale over
heid in het gemeentelijk onderwijsapparaat is dan ook misplaatst. Zo al
228. Zie 'Gedenkboek van het Athenaeum en de Universiteit van Amsterdam
16321932', 1932.
229. Aldus het conservatieve kamerlid Wintgens: 'Men wil die gemeentelijke instelling
langs den weg, bij het adres en bij die amendementen aanbevolen, inlijven bij de instellin
gen van hooger onderwijs van den staat'; vgl. De Geer van Jutfaas, blzz. 131 e.v.
230. Artt. 3640 HO wet; zie De Geer van Jutfaas, blzz. 125146; De Ru,
blzz. 1215.
231. Nog voor het inwerkingtreden van de HO wet besloot de gemeenteraad van
Amsterdam om het Athenaeum Illustre inderdaad in te richten als universiteit. Tegen de
door de gemeente opgestelde verordening bestonden bij de overheid nogal wat bedenkin
gen. Na vele en langdurige onderhandeUngen werden deze weggenomen; KB van 2 septem
ber 1877, no. 24, en van 4 maart 1878, no.28. Voor een meer uitvoerige beschrijving zie
Hubrecht, deel I blzz. 62—94; daar is ook de volledige gemeenteverordening afgedrukt.
35
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's