De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 15
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
deeld over vijf faculteiten, te weten 'die van godgeleerdheid tot vorming der
kweekelingen voor den hervormden godsdienst', rechtsgeleerdheid, genees
kunde, wis en natuurkundige wetenschappen en die van 'bespiegelende wijs
begeerte en letteren'.^^ In de behoefte aan hoger onderwijs in de katholieke
godsdienst en bij de lutherse, doopsgezinde en remonstrantse gezindheden
zou worden voorzien door subsidies aan seminaries^^ en andere subsidies.
Daarbij werd in het midden gelaten of dit onderwijs aan de universiteiten of
elders zou worden gegeven.^''
Tot in detail werden verder in het Organiek Besluit regels gegeven omtrent
de academische graden, de hoogleraren en hun rechtspositie, de studenten,
de materiële voorzieningen, 4e academische prijsvragen, het beheer en het
bestuur.^^' Al deze onderwerpen werden vrij strak geregeld; niettemin is het
Organiek Besluit gedurende de meer dan zestig jaren van zijn functioneren
slechts zelden gewijzigd.^* Veel minder strak was het onderwijs geregeld. Wel
waren in het Organiek Besluit alle vakken vermeld, waarin in elk van de
faculteiten moest worden geëxamineerd, maar zowel de hoogleraren als de
studenten genoten grote vrijheid bij de inrichting van hun onderwijs, resp.
hun studie. De hoogleraren werden niet voor één of meer afzonderlijke vak
ken" benoemd; aan het college van curatoren werd de verdehng der vakken
overgelaten, maar ook deze verdehng belette de hoogleraren niet om 'ook in
die vakken hunner faculteit koUegie (te) houden, welke hun niet opgedragen
zijn'.^^ Boekenlijsten en dergelijke waren in het hoger onderwijs onbekend en
in beginsel waren de hoogleraren vrij in het inrichten van hun onderwijs;
slechts werden de hoogleraren 'uitgenoodigd, de andere akademische oefe
ningen van dispuutkollegiën, reciteerkollegiën enz. als van ouds voort te
zetten'.^* De hier aan de hoogleraren verleende vrijheid wordt aangeduid als
de vrijheid van de verkondiging of de leervrijheid.
Op de afkondiging van de Grondwet van 1815 volgde de vaststelling van
een Reglement op de inrigting van het Hooger Onderwijs in de Zuidelijke
Provinciën van het Koningrijk der N ederlanden.^* Dit reglement, dat in
hoofdlijnen gelijk was aan het Organiek Besluit 1815, droeg het wetenschap
pelijk onderwijs in de zuidelijke provincies op aan de universiteiten van Gent,
Leuven en Luik, 'waar ongeloovige en atheïstische professoren vrijelijk onge
loof en minachting voor de Kerk konden leeren'.'*" Anders dan de noord
>
die geheel uit 's Rijks kas werd bekostigd.
32. Art. 56 Organiek Besluit.
33. Art. 58 Organiek Besluit. Niet nader werd bepaald of zowel de groot als de kleinse
minaries werden bedoeld, dan wel slechts één van deze beide categoriën.
34. Het Organiek Besluit was in dit opzicht onduidelijk. In hoofdstuk III werd bepaald,
dat er drie universiteiten zouden zijn (art. 53), terwijl elders de seminaries als afzonderlijke
hogescholen werden gtiioemd (art. 58).
35. Hoofdstuk III artt. 53268 Organiek Besluit.
36. Zie prof.mr. B.J.L. de Geer van Jutfaas: 'De Wet op het Hooger Onderwijs', 1876,
blzz. 2 1 1 .
37. Artt. 61 en 62 Organiek Besluit.
38. Art. 71 Organiek Besluit.
39. KB van 25 september 1816, no. 65.
40. Vgl. Scholten, blz. 42, die hier citeert uit Albers' 'Geschiedenis van het Herstel der
Hiërarchie', deel I blz. 51.
5
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's