De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 151
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
staande toestand bij de rijksuniversiteiten, die enerzijds in een verdere ont-
wikkelingsfase verkeerden dan de bijzondere instellingen en daarom zeker al
in een ten minste gelijkwaardige positie verkeerden, terwijl anderzijds de
openbare instellingen anders dan de bijzondere bij de ontwikkeling van hun
plannen en bij de bepaling van het tempo van de verwezenlijking daarvan niet
behoefden te rekenen met een eigen financiële bijdrage. De bijzondere in-
stellingen vreesden, dat zij niet in een gelijkwaardige, maar integendeel in een
veel slechtere positie dan de openbare instellingen zouden terecht komen.
Ook de commissie van voorbereiding uit de Tweede Kamer besteedde veel
aandacht aan de bekostiging van het bijzonder wetenschappelijk onder-
wijs.^'^ Tijdens het overleg met deze commissie wees de minister er op, dat
zijn wetsontwerp uitging van een volledig repressief toezicht op de uitgaven
van de bijzondere instellingen. Alleen 'een speciale wettelijke regeling (nood-
wet)' zou hun recht op bekostiging kunnen doorbreken. Niet in strijd met
een stelsel van repressief toezicht achtte de minister de bevoegdheid om een
bijzondere universiteit of hogeschool tijdig te waarschuwen, dat een bepaalde
begrotingspost niet voor bekostiging in aanmerking zou komen.^''
Noch de opmerkingen van de kant van de bijzondere instellingen, noch de
behandeUng door de Staten-Generaal leidden tot een wijziging van het voor-
gestelde bekostigingsstelsel.
III.6.3. De bekostiging van de theologische faculteiten
In de wet-Kuyper van 1905 waren de theologische faculteiten bij de bijzon-
dere universiteiten uitdrukkelijk buiten de aanwijzing gehouden en op grond
daarvan in 1948 ook buiten de bekostiging van het bijzonder wetenschappe-
lijk onderwijs. In de parlementaire commissie van voorbereiding werd echter
voor het eerst de gedachte geopperd om ook deze faculteiten binnen het
subsidieverband te brengen; de minister zegde daarop toe zich op de moge-
lijkheden te zullen beraden.^*" Al vrij spoedig bleek hem evenwel, dat het
niet eenvoudig zou zijn om de theologische faculteiten daadwerkelijk binnen
het subsidieverband te brengen. ^^' In zijn Nota naar aanleiding van het Eind-
258. De commissie van voorbereiding kon beschikken over een nota van de bijzondere
instellingen dd. 12 april 1960. In deze nota kwamen achtereenvolgens aan de orde: de
algemene grondslagen van het wetsontwerp, de Academische Raad, de gelijkwaardige ont-
wikkelingsmogelijkheden, het algemeen financieel schema en de subsidievaststelling.
259. Verslag van een mondeling overleg met de minister; Bijlagen bij de Handelingen II
1959-1960, no. 2597, nr. 12.
260. Uit een eigen verslag van de KVP-er Stokman blijkt, dat in de commissie met name
de KVP en de ARP voor subsidiëring van de theologische faculteiten pleitten; de vertegen-
woordigers van CHU en PvdA hadden tegen subsidiëring geen bezwaar, mits ook de be-
trokkenen die wensten.
261. Minister Cals stelde wel een concept-nota van wijziging met een bijbehorende toe-
lichting op. Daarin stelde hij voor de theologische faculteiten binnen het subsidieverband
te brengen, indien ook de bijzondere universiteiten daartoe de wens te kennen zouden
geven; brief dd. 5 augustus 1960, DGW 68693.
De VU en de KU vonden die oplossing te eenvoudig; naar hun mening zouden voor de
bekostiging van de theologische faculteiten afzonderlijke subsidievoorwaarden gesteld
139
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's