Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 235

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 235

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

de de ontwikkeling van deze instellingen in sterke mate en leidde als gevolg

daarvan tot ruimere financiële behoeften. Die moesten op hun beurt weer

worden opgevangen door middel van verhogingen van de subsidiepercentages.

Via opvolgende subsidieverhogingen is het subsidiepercentage in 1970 uit-

eindelijk op 100% terecht gekomen en zijn dus openbaar en bijzonder weten-

schappelijk onderwijs financieel gelijk gesteld.

De wetgever verbond zowel aan de aanwijzing als aan de bekostiging van de

bijzondere universiteiten en hogescholen voorwaarden. Voorwaarden voor

aanwijzing (erkenning) hebben met name tot doel om de genoegzame kwali-

teit van het onderwijs te verzekeren. De Grondwet zwijgt over de aanwijzing

of erkenning, doch bepaalt wel, dat de wet aan de bekostiging van het bijzon-

der onderwijs eisen van deugdelijkheid en voor wat bepaalde vormen van

bijzonder onderwijs betreft ook nog verdere voorwaarden kan verbinden.

Aangezien echter de deugdelijkheid van het erkende bijzonder wetenschappe-

lijk onderwijs reeds voldoende is zeker verbonden bij de aanwijzing of erken-

ning, behoeven aan de bekostiging van deze instellingen geen verdere eisen van

deugdelijkheid te worden gesteld. De voorwaarden voor bekostiging hebben

hier dan ook voornamelijk een comptabel karakter en betreffen — naast de

regeling van de beschikbaarstelling van de subsidiebedragen — vooral de doel-

matigheid van beheer en bestuur van deze instellingen.

Het is geen aantasting van de grondwettelijke vrijheid, wanneer de wet de

mogelijkheid opent om de effectus civilis te verkrijgen via aanwijzing of

erkenning en daaraan eisen met betrekking tot de kwaliteit van het onderwijs

stelt. Zou de wet daarentegen voorwaarden stellen, die niet met dit doel

samenhangen, dan rijst onmiddellijk de vraag of dat geen inbreuk op de vrij-

heid betekent. De aanvaarding van voorwaarden, die wel met dit doel samen-

hangen, is intussen vrijwillig: de effectus civiHs kan slechts worden toegekend

indien de voorwaarden door de bijzondere instellingen worden aanvaard; wij

spreken daarom van vrijwillig aanvaarde, speciale restricties.

Voor wat betreft de bekostiging is de overheid aan overeenkomstige beper-

kingen gebonden. De subsidie is een instrument, dat tot doel heeft bepaalde

particuliere activiteiten te stimuleren of uit te breiden. Door middel van sub-

sidievoorwaarden kan de overheid deze activiteiten sturen en beïnvloeden,

maar dit mag niet zover gaan, dat het particuliere initiatief verstatelijkt en

zijn eigen karakter verliest. De eigen inbreng van de particulier dient steeds

gerespecteerd te worden; diens rangorde van waarden ontzien. Of en in hoe-

verre het initiatief van de particulier wordt aangetast, is afhankelijk van de

waardering van een feitelijke situatie en staat in voorkomende gevallen ter

beoordeling van afdeling rechtspraak van de Raad van State dan wel van de

Kroon, de Raad van State gehoord. Met het oog hierop is overleg over op te

leggen voorwaarden voor bekostiging tussen subsidiegever en -ontvanger

noodzakelijk. Toegegeven kan worden, dat het met name in een situatie,

waarin de particuher reeds in belangrijke mate van subsidie afhankelijk is,

heel moeilijk kan zijn te beoordelen of een wijziging of aanvulling van sub-

sidievoorwaarden leidt tot een aantasting van de eigen verantwoordelijkheid

van het gesubsidieerde particulier initiatief.

Geconstateerd werd, dat geen vaste procedure voor overleg tussen de over-

223

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 235

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's