De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 51
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
kenning, dat de goedkeuring van de aangeboden statuten inderdaad niet meer
inhoudt dan dat de regering deze niet met de wet in strijd acht.^*^
Het gevoerde betoog leidt tot de vaststelling, dat de wetgever in 1876
anders dan ten aanzien van het bijzonder lager en middelbaar onderwijs en in
strijd met de Grondwet is teruggeschrokken voor het treffen van een regeling
van het toezicht op het bijzonder hoger onderwijs; van andere vormen van
toezicht was al evenmin sprake.
.7.4.4. Het bijzonder onderwijs en de effectus civilis
Al in 1830 wees Groen van Prinsterer er de Koning op, dat indien hij tot het
verlenen van de vrijheid van onderwijs zou overgaan ook een regeling omtrent
de toelating van de leerlingen van het bijzonder onderwijs tot verschillende
betrekkingen getroffen zou moeten worden.^^^ Hij zag in, dat het onmogelijk
zou zijn om de kwaliteit van het bijzonder onderwijs op dezelfde wijze als
van het openbaar onderwijs te waarborgen. Dergelijke waarborgen zouden de
verleende vrijheid van onderwijs weer beperken.
Door de vrijheid van het bijzonder lager en middelbaar onderwijs te beper-
ken op het punt van de bekwaamheid en de zedelijkheid van de onderwijzers
kon de wetgever in de Lager- en de Middelbaar-Onderwijswet de kwaliteit
van dit onderwijs redelijk waarborgen; bovendien werd op dit bijzonder
onderwijs wel toezicht gehouden. Voor het bijzonder hoger onderwijs golden
beperkingen van de vrijheid van onderwijs echter niet of nauwelijks.
De Hoger Onderwijs Commissie 1849 omzeilde met haar voorstel staats-
examens in te voeren het vraagstuk van de kwaliteit van het bijzonder hoger
onderwijs. Tussen openbaar en bijzonder hoger onderwijs zou een volkomen
rechtsgelijkheid bestaan; ieder, onverschillig waar hij de daartoe vereiste kun-
digheden zou hebben opgedaan, zou tot het afleggen van staatsexamens
moeten worden toegelaten.^ Aan de wetenschappelijke graden van zowel de
openbare als de bijzondere instellingen zou de effectus civilis worden ont-
houden. Lang na 1876 koesterde Kuyper nog steeds 'een niet geringe sympa-
thie' voor het stelsel van de staatsexamens.^''' Anderen hebben daarentegen
betoogd, dat het systeem van staatsexamens gevaarlijk is voor de vrijheid van
onderwijs, omdat de hoogleraren zich dan bij de inrichting van hun onderwijs
te zeer zouden richten naar het staatsexamen.^'^
In het tweede ontwerp-Heemskerk noch in de HO-wet was sprake van
staatsexamens. Alleen aan de graad van doctor, behaald aan een rijksuniversi-
teit of aan het daarmee gelijk te stellen Athenaeum Illustre, werd de effectus
civilis verbonden; of de graad van doctor ook aan een bijzondere universiteit
behaald zou kunnen worden liet de wet in het midden,^''^ maar wel stond
vast, dat aan een dergelijke graad niet de effectus civilis verbonden zou kun-
268. Sedert de invoering van Boek 2 van het nieuw BW is koninklijke goedkeuring of
erkenning niet langer vereist. Zie in dit verband Van der Pot/Donner, blzz. 490—491.
269. Vgl. De Nooy, blzz. 108-109.
270. Vgl. met name ook het ontwerp-Fock.
271. Zie Memorie van Antwoord, blz. 7, bij zijn wetsontwerp van 1903; deze Memorie
heeft geen nummer.
272. Aldus De Ru, blz. 9.
273. Zie daarover 'Strikt genomen'.
41
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's