De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 97
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
'Medisch Wetenschappelijk Onderwijs' de stichting van een achtste medische
faculteit in Limburg en een wetsontwerp tot vaststelling van de maximale
onderwijscapaciteit per medische faculteit in uitzicht.^'^ Dit werd de wet
tijdelijke voorzieningen medisch wetenschappelijk onderwijs,^'' die de toe
loop van studenten tot het medisch onderwijs als zodanig niet beperkte,
maar wel de klinische capaciteit van dit onderwijs reguleerde.
Het in 1971 optredende kabinetBiesheuvel stelde vast, dat ondanks de ge
troffen maatregelen de uiterste capaciteitsgrenzen van het wetenschappelijk
onderwijs dreigden te worden overschreden. 'De regering zal derhalve, hoe
ongaarne ook, waarschijnlijk niet kunnen ontkomen aan overweging van
tijdelijke beperking van de toelating van studenten tot enkele studierichtin
gen van het wetenschappelijk onderwijs'.^'* Onder verantwoordelijkheid van
de minister zonder portefeuille belast met de aangelegenheden betreffende
het wetenschapsbeleid, jhr. mr. M.L. de Brauw werd dan ook een machti
gingswet inschrijving studenten in het Staatsblad gebracht.^'' Deze wet
machtigde de minister om op voorstel van de instellingen en gehoord het ad
vies van de Academische Raad ^^ voor bepaalde studierichtingen een hoogste
aantal studenten vast te stellen, dat bij de aanvang van een studiejaar als eer
stejaarsstudent in die studierichting zou kunnen worden ingeschreven.
II.6.3. De numerus fixus en de vrijheid van de bijzondere instellingen
Op de bijzondere universiteiten en hogescholen rustte in de jaren zestig en
daarvoor niet een wettelijke verplichting om elke student in te schrijven ;^^'
ook in de vorm van voorwaarden voor erkenning en bekostiging kwamen
dergelijke verplichtingen niet voor. Bij een dreigende capaciteitsoverschrij
ding konden deze instellingen daarom zo nodig zelfstandig besluiten tot een
beperking van de inschrijving. In 1966 leek het probleem echter veeleer te
worden, dat de bijzondere instellingen een wettelijke beperking van de in
schrijving niet zouden aanvaarden. De V U verklaarde zich bereid om even
tueel een beperking van de studenteninstroom te aanvaarden,^^^ maar de
KU was daartoe beslist niet bereid. ^^^
216. Bijlagen bij de Handelingen II 19691970, no. 10309.
217. Bijlagen bij de Handelingen II 19691970, no. 10327; wet van juH 1970, Stb. 348.
218. Regeringsverklaring dd. 3 augustus 1971. V erschillende instellingen hadden toen
zelf al maatregelen getroffen; zie Bijlagen bij de Handelingen II 19711972, no. 11592.
219. Bijlagen bij de Handelingen II 19711972, no. 11830; wet van'6 juU 1972, Stb.
355. In 1974, 1975 en 1977 is de machtigingswet in totaal viermaal gewijzigd en uiteinde
lijk verlengd tot 1979.
220. De Academische Raad werd in 1961 ingesteld als uitvloeisel van de wet WO. Als
gevolg van het inwerkingtreden van de wet Universitaire Bestuurshervorming is de samen
stelling van deze Raad sedert 1972 nogal gewijzigd.
221. Sinds de afkondiging van de Collegegeld wet van 3 juli 1974, Stb. 421, rust deze
pUcht wel op de bijzondere instellingen.
222. Brief van curatoren V U dd. 13 december 1965.
223. Met uitzondering van de medische faculteit zelf. Dit verschil van opvatting veroor
zaakte een openlijk conflict; zie 'De Gelderlander' van 2 april 1966. Zie ook brieven van
curatoren en senaat dd. 22 december 1965.
85
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's