De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 125
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
financiële gelijkstelling derhalve. Wil een bijzondere school meer of iets
anders dan binnen het patroon valt, dan houdt de bekostiging op. Het zelfde
geldt voor de volledige bekostiging van bepaalde welzijns- of culturele activi-
teiten; ook daar wordt alles bekostigd wat overeenstemt met een bepaald
model. Dit neemt intussen niet weg, dat volledige bekostiging een gevaar
vormt voor de gesubsidieerde; hij zal geneigd zijn zich naar het door de over-
heid gestelde model te gaan gedragen. Vandaar dat juist hier nauwkeurige
regeling en afdoende rechtsbescherming het meest geboden zijn.
Ingeval van 'volledige bekostiging' drukken dus bepaald zwaardere verplich-
tingen op de overheid dan bij de overige vormen van subsidiëring; haar in-
vloed op de hoogte van de te verschaffen subsidiebedragen is beperkt. Het
spreekt vanzelf, dat de overheid door middel van subsidievoorwaarden zal
trachten het risico van een te grote groei van het uitgavenpatroon van de
gesubsidieerde als gevolg van de verplichting tot het bekostigen van alle uit-
gaven in te dammen; anderzijds is mede op grond van het evenredigheidsbe-
ginsel'^^ verdedigbaar, dat de overheid in deze gevallen zwaardere voorwaar-
den stelt dan wanneer de overheid volstaat met de terbeschikkingstelling van
een vast subsidiebedrag. Er moet tenslotte nog op worden gewezen, dat de
Grondwet door te spreken van een gedeeltelijke bekostiging de zaken nog
iets verder heeft gecompliceerd. Kennelijk behoeft de subsidiëring niet
volledig te zijn om reeds bekostiging te heten; aan'te nemen valt, dat door de
grondwetgever met bekostiging zijn bedoeld alle vormen van subsidiëring,
waarbij het niet de overheid zelf is, die een rechtstreekse invloed op de
hoogte van de periodiek te verlenen subsidiebedragen kan uitoefenen. In
deze gevallen kan de overheid alleen door het stellen van subsidievoor-
waarden indirecte invloed op de hoogte van de subsidiebedragen uitoefenen.
Dit alles neemt intussen niet weg, dat het begrip bekostiging zoveel over-
eenkomst met de subsidie vertoont, dat het geheel onder de gegeven defini-
ties van subsidie is te vatten.'^^ Daarom kan worden aangenomen, dat zowel
de bekostiging als de financiële gelijkstelling weliswaar een aantal karakteris-
tieke eigenschappen bezitten, maar niettemin zijn te beschouwen als vormen
van subsidie.
III.4. De subsidiëring van het bijzonder hoger onderwijs in de periode van
1880 tot 1947
III.4.1. De financiering van de bijzondere universiteiten
De eerste 25 jaar van haar bestaan heeft de VU zich staande gehouden
zonder enige financiële steun van de overheid. De noodzakelijke financiële
middelen werden in deze periode geheel door particulieren bijeengebracht;
particulieren, die voor een deel overigens ook al de zorg voor de instandhou-
ding van het bijzonder lager onderwijs en het bijzonder middelbaar onderwijs
121. Vgl. het citaat van Henze in par. III.3.3.
122. Ziepar. III.3.1.
113
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's