Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 148

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 148

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

gedragen 'voorzover de universiteit of hogeschool daarbij niet uitgaat boven

hetgeen naar de hier te lande heersende opvatting tot uitrusting en bestand

van een universiteit of hogeschool behoort'. Principieel betekende dit een be-

langrijke doorbraak, omdat nu overeenkomstig het advies van de commissie-

's Jacob het stelsel van de wet-Gielen werd vervangen door een vrij vage

norm.

Deze norm werd in een toehchting aldus gemotiveerd. De wet-Gielen met

zijn objectieve maxima ging indertijd uit van een fundamentele tenachterstel-

ling van het bijzonder hoger onderwijs bij het openbare. In het streven naar

financiële gelijksteOing werden de activiteiten van de bijzondere instellingen

aanvankelijk voor ten hoogste 85%, later voor 90% en nog later voor 95%

bekostigd. In plaats van deze tenachterstelling stelde het voorontwerp voor

om de bijzondere instelHngen voortaan naar de maatstaf van de openbare te

bekostigen. Daarbij werd niet gekozen voor een echte 'financiële gelijkstel-

hng', omdat die maatstaf voor het wetenschappelijk onderwijs nauwelijks

hanteerbaar werd geacht. Tussen de rijksuniversiteiten onderhng bestonden

al van oudsher grote verschillen in aanwezigheid en opbouw van de verschil-

lende studierichtingen, zodat het vrijwel onmogelijk zou zijn een objectieve

norm te vinden, waaraan de bijzondere instellingen gemeten zouden kunnen

worden.

Ondanks deze motivering besefte de minister zeer wel, dat ook de door de

commissie-'s Jacob voorgestelde norm zijn tekortkomingen had. Het zou

bijvoorbeeld denkbaar blijven, dat bepaalde voorzieningen weliswaar geheel

in het pakket van een bijzondere universiteit of hogeschool zouden passen,

maar toch naar de hier te lande heersende opvatting niet konden worden ge-

rekend tot uitrusting en bestand van een universiteit of economische hoge-

school. 'Men denke bijvoorbeeld aan een tandheelkundige sectie van een

faculteit der geneeskunde of aan een reactorinstituut, maar ook aan minder

kostbare voorzieningen, welke naar haar aard niet tot het normale bestand

kunnen worden gerekend. In dat geval geldt voor de subsidiëring de nadere

eis, dat de uitbouw naar het oordeel van de minister past in het geheel van de

voorzieningen voor wetenschap en wetenschappelijk onderzoek'.^'*^ Niet

alleen werd dus het objectief maximum vervangen door een maatstaf, die het

bijzonder wetenschappelijk onderwijs op gelijke voet met het openbare

plaatste, maar bovendien werd de mogelijkheid open gehouden om bij bij-

zondere instellingen voorzieningen en middelen te bekostigen, die nog boven

die algemene maatstaf zouden uitgaan.

Om te bereiken, dat de overheid toch voldoende invloed op de uitgaven

van de bijzondere instellingen zou behouden, stelde de minister in zijn voor-

ontwerp voor om te breken met het bestaande stelsel van subsidievaststelling

op basis van de werkelijke uitgaven. In plaats daarvan wenste hij voortaan

kassen slechts waren toegestaan indien de minister aan de ontvangst daarvan zijn goed-

keuring zou hebben gehecht; art. 110 lid 3 herzien ontwerp.

244. Dit citaat is ontleend aan de Memorie van Antwoord, blz. 4. Zie ook het verslag

van het mondeling overleg over het herzien ontwerp in juli 1960; Bijlagen bij de Handelin-

gen II 1959-1960, no. 2597 nr. 12, blzz. 3-6.

136

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 148

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's