De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 177
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
organen van de rechtspersonen, waarvan deze instellingen uitgaan. Tot de
totstandkoming van de wet U niversitaire Bestuurshervorming 1970 verplicht
te de wet WO de besturen van deze rechtspersonen van oudsher om elke
wijziging of aanvullingi van de statuten, akte en/of reglementen aan de minis
ter ter kennis te brengen.^^^ Bovendien legde deze wet de besturen van de
rechtspersonen een groot aantal verpUchtingen en verantwoordelijkheden op;
voor een groot deel correspondeerden de wettelijk omschreven taken en ver
plichtingen van deze besturen met die van de colleges van curatoren van de
rijksinstellingen. Met name de financiële verantwoordelijkheid, die voor wat
betreft de rijksinstelHngen bij de colleges van curatoren lag,^''' werd bij deze
besturen gelegd.^^^ Geen wonder, dat het reglement van de VU het college
van directeuren met het 'bestuur van de universiteit in de ruimste zin van het
woord' belastte; door het treffen van personele en materiële voorzieningen
moest dit college zorg dragen voor de nodige voortgang en uitbouw van het
onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek.^'* Het huishoudelijk bestuur
van deze bijzondere universiteiten was kortom opgedragen aan het college
van directeuren, dat daartoe op grond van het privaatrechtelijk karaktervan
deze universiteit ook het meest in aanmerking kwam.^'^
De wetKuyper 1905 stelde als voorwaarde voor aanwijzing van een
bijzondere universiteit, dat deze onder toezicht van een college van curatoren
zou staan.^'^ Deze voorwaarde had kennelijk de strekking om de kwahteit
van het onderwijs te waarborgen. In de wet WO kwam deze voorwaarde niet
meer voor,^'^ zodat de erkende bijzondere instellingen tot het hebben van
een college van curatoren niet meer verplicht waren. Geheel in de lijn van de
HOwet bleef het reglement van de VU ook na 1960 het college van cura
toren belasten met de zorg voor en het toezicht op het onderwijs en het
wetenschappelijk onderzoek.^ U it de statuten van de Vereniging voor
Wetenschappelijk Onderwijs op Gereformeerde Grondslag blijkt echter, dat
dit toezicht niet in de eerste plaats was bedoeld om de kwaliteit van het
onderwijs te waarborgen, maar om toe te zien op de handhaving van de
grondslag van de Vereniging.'"'^ De wijze van toezicht houden werd derhalve
bepaald door het bijzondere karakter van de VU; deze inrichting van het be
stuur van de VU was het rechtstreekse gevolg van de richting van die univer
siteit. Een bevestiging daarvoor is ook, dat de wet WO bij de omschrijving
van de taken van de colleges van curatoren van de rijksinstellingen de zorg
voor en het toezicht op het onderwijs en het wetenschappelijk onderzoek
zelfs in het geheel niet noemt.''^
393. Art. 93 lid 1 wet WO 1960.
394. Artt. 100109 wet WO 1960.
395. Artt. 110117 wet WO 1960.
396. Art. 6 van het Reglement voor de VU dd. 16 maart 1968.
397. Vgl. par. 1.7.4.2.
398. Art. 186 sub c HOwet; zie ook par. II.2.3. en II.3.3.
399. Ziepar. II.5.2.
400. Art. 9 van het Reglement voor de VU dd. 16 maart 1968. Het college van direc
teuren kon ook zonder de instemming van het college van curatoren geen hoogleraren of
lectoren benoemen.
401. Artt. 16, 17 j 4 van de statuten.
'402. Zie artt. 4246 wet WO 1960.
165
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's