Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 80

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 80

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

school.'^' De richting van het onderwijs aan de hogeschool was neutraal.'^*

In navolging van het Rotterdamse voorbeeld verpHchtten de R.K.-Leer-

gangen te Tilburg"'' zich in 1924 tegenover de gemeente Tilburg om ook in

die stad een handelshogeschool te stichten. Met het Nederlands Episcopaat

werd overlegd over de vraag of een dergelijke opleiding 'het best wordt be-

hartigd aan eene speciale handelshoogeschool in den geest, waarin de Rotter-

damsche is georganiseerd, dan wel door het in leven roepen van een econo-

mische faculteit aan de R.K. Universiteit, op de wijze zoals Amsterdam'^^

heeft gedaan'.'^' Besloten werd om het Rotterdamse voorbeeld te volgen en

in 1927 werd de R.K. Handels-Hogeschool te Tilburg geopend: 'Zo leek het

ideaal verwezenlijkt van een roomsche opvoeding van de kleuterschool tot de

promotie'.''*" Aan deze hogeschool werden van de aanvang af de econo-

mische en de sociale wetenschappen gedoceerd. Na 1937 voerde de hoge-

school de naam 'KathoHeke Economische Hogeschool'."*'

Pas sedert 1937 staat vast, dat de beide handelshogescholen tot het hoger

onderwijs moeten worden gerekend, omdat pas in dat jaar plaats voor deze

instellingen werd ingeruimd in de HO-wet. Achteraf valt te constateren, dat

als gevolg van de stichting en vooral de erkenning van deze instellingen de

vrijheid van onderwijs een ruimere inhoud verkreeg. Tot 1905 waren de bij-

zondere universiteiten voornamelijk bedoeld als een alternatief voor de open-

bare, nadien droeg het bijzonder hoger onderwijs — zowel de bijzondere leer-

stoelen als sedert 1913 de bijzondere hogescholen — bij aan de ontwikkeüng

van nieuwe vormen van hoger onderwijs.''*^ Op grond van zijn vrijheid had

het bijzonder hoger onderwijs daartoe ook betere mogelijkheden dan het

openbare.'^^

Toen het hoger handelsonderwijs in een duidelijke behoefte bleek te voor-

zien herhaalde zich het spel uit vroeger eeuwen: de overheid volgde het voor-

beeld van het particulier initiatief en trof een wettelijke regeling van het

hoger handelsonderwijs. Naar het goede voorbeeld van de middeleeuwen

zocht de overheid daarbij nauwe aansluiting bij het niveau en de organisatie

van het handelsonderwijs aan de beide bijzondere hogescholen. Daaruit moge

blijken, dat die wettelijke regeling tevens een erkenning en een bescherming

135. Zie prof. dr. J.H. Struijvenberg: 'De Nederlandse Economische Hogeschool

1913—1963', 1963. De hogeschool zal verder worden aangeduid als NEK.

136. Het onderwijs werd gegeven door twee gewone en twaalf buitengewone hoog-

leraren, die echter allen tevens een onderwijsopdracht aan de TH Delft hadden.

137. Die eerder de oprichting van een Katholieke Universiteit hadden willen stimuleren;

zie blzz. 67-68.

138. De gemeenteraad van Amsterdam besloot op 10 juni 1921 aan de Gemeentelijke

Universiteit een faculteit der handelswetenschappen in te stellen, hoewel het Academisch

Statuut deze faculteit nog niet kende.

139. Jaarboek der R.K. Handels-Hogeschool 1927-1928, blzz. 5 en 6.

140. Aldus prof. dr. L.J. Rogier: 'Herdenken en Herzien'; vgl. de NRC van 16 november

1977.

141. Zie prof. dr. M.J.H. Cobbenhagen: 'De Tilburgse Hogeschoolgemeenschap' 1945.

De hogeschool wordt verder aangeduid als de KH Tilburg.

142. Bij het beroepsonderwijs is een dergelijke ontwikkeling meer gebruikeüjk.

143. Zo merkt Cobbenhagen, t.a.p. blz. 41, op: 'in het proces van opbouw en consoUde-

ring van hetgeen hier te lande onder economisch hoger onderwijs wordt verstaan, is de

afwezigheid van een te vroeg aangelegd wettelijk keurshjf een groot voordeel gebleken'.

70

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's