De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 184
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
III.9.4. De wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 (WUB)
Kort na het overleg met de bijzondere instellingen diende minister Veringa
een wetsontwerp in bij de Staten-Generaal.'*^'' De opzet van dit ontwerp
week voor wat betreft de openbare instellingen niet wezenlijk af van die van
het voorontwerp. Het universitaire bestuur zou — in een poging om 'tot een
verantwoorde afweging te komen van de waarden, waaraan een modern stel-
sel van universitair bestuur moet voldoen"*^^ — worden gekenmerkt door drie
bestuurslagen,'*^' terwijl de drie geledingen van de universitaire gemeenschap
in beginsel aan de besluitvorming op alle niveau's deel zouden hebben.
Art. 42 van het ontwerp bepaalde, dat de rechtspersonen, waar de
bijzondere universiteiten en hogescholen van uitgaan, binnen een jaar na het
inwerkingtreden van de wet Universitaire Bestuurshervorming 1970 regels be-
treffende de inrichting van het bestuur van hun instelling dienden op te stel-
len. In het tweede lid werd bepaald, dat bij de vaststelling van deze regelen
het bij of krachtens de wet voor de rijksinstellingen bepaalde in acht moest
worden genomen voor zover de eigen aard van de bijzondere instelHng zjch
daartegen niet verzet. Ter toetsing of de structuurregeling van de bijzondere
instellingen beantwoordt aan dit vereiste werd de regeling aan de goedkeu-
ring van de minister onderworpen.'*'"' Verzuimd werd een regehng te treffen
voor het geval de wet, wanneer deze eenmaal in werking zou zijn getreden,
zou worden gewijzigd; in de verschillende wijzigingswetten moeten dan ook
bepahngen omtrent de toepasselijkheid van deze nieuwe bepalingen op de
bijzondere instellingen worden opgenomen.
Op titel III van het ontwerp volgden bepalingen omtrent de Academische
Raad en een aantal slot- en overgangsbepalingen. Bij de behandeling van deze
overgangsbepaUngen rees de vraag of met name art. 55, het zogenaamde
'experimenteerartikel', ook rechtstreeks op de bijzondere instellingen van
toepassing zou zijn. Het kamerlid Masman verkeerde in de veronderstelling,
dat dit niet het geval was en dat de bijzondere instellingen daarom in het
geheel niet een vrijheid tot experimenteren zouden bezitten."^' De minister
verklaarde evenwel, dat het regelen van de experimenteervrijheid - en daar-
mee ook de verder in de slot- en overgangsbepalingen ten aanzien van de
openbare instellingen geregelde materie — onder de werking van art. 42 viel.
Aangenomen mag derhalve worden, dat waar in de betreffende bepalingen
437. Op27aprü 1970.
438. Memorie van Toelichting blz. 8 r.k.: 'De eerste waarde die om erkenning vraagt is
de al genoemde democratisering'.
439. De eerste bestuurslaag zouden op instellingsniveau de universiteits- of hogeschool-
raad met het college van bestuur vormen; op facultair niveau zouden dit de (sub/inter)-
faculteits- of afdelingsraden en -besturen zijn; de derde bestuurslaag zou worden gevormd
door de vakgroepen.
440. Bij nota van wijziging werd aan art. 42 toegevoegd: 'De goedkeuring wordt geacht
te zijn verleend, indien binnen negentig dagen na ontvangst van het besluit door Onze
minister niet anders is beslist; Onze minister kan in bijzondere gevallen deze termijn ver-
lengen tot ten hoogste een jaar'. Tegen het onthouden van goedkeuring zou binnen 60
dagen beroep mogelijk zijn.
441. Vgl. een door hem ingediend amendement; Bijlagen bij de Handelingen II
1969-1970, no. 10.636 nr. 23.
172
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's