De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 120
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
worden in meerdere of mindere mate in de overheidssfeer getrokken.'^ In
navolging van Idenburg^' gaat Van Krefeld zo ver te stellen, dat gesubsidieer-
de activiteiten op het welzijnsterrein door het aandeel, dat de overheid daar-
in in financieel opzicht neemt, geleidelijk in de sfeer van de overheidstaken
zijn komen te vallen. 'De verstatelijkte "particuliere" instellingen zijn in
wezen overheidsinstellingen'. ^ Daarin hgt voor Van Krefeld de rechtvaardi-
ging, ja zelfs de plicht van de overheid om aan de subsidieverlening voorwaar-
den te verbinden.
Op de opvattingen van Van Krefeld valt wel wat af te dingen. Om dit te
onderkennen moet eerst worden teruggekeerd naar de onthoudingsstaat,
waarin talloze — ook naar verhouding kostbare — activiteiten op particulier
initiatief werden ondernomen. Daartegenover had 'het heersende liberalisme
met zijn eisch van Staatsonthouding een tendens (. . .) de Staatsuitgaven laag
te houden. Dit houdt de belastingen laag en maakt leningen niet vaak
nodig'.'' De lage belastingtarieven stelden de burgerij in de gelegenheid om
een deel van haar inkomen aan activiteiten als armenzorg, welzijn of de zorg
voor bijzondere scholen te spenderen. Zowel de gewijzigde opvattingen om-
trent de staatsonthouding als de ontwikkeling der denkbeelden omtrent be-
lastingheffing en overheidsleningen'"^ leidden tot steeds hogere belastingen
en daardoor een steeds verdergaande beperking van de mogelijkheden van
particulieren om aan allerlei activiteiten financieel bij te dragen. Daarnaast
verkreeg de overheid door stijgende belastingopbrengsten in toenemende
mate de mogelijkheid om activiteiten te ontplooien, c.q. financieel te steu-
nen. Gelden, die voorheen door particuüeren aan bepaalde activiteiten be-
schikbaar konden worden gesteld, bereikten sommige van die activiteiten nu
door tussenkomst van de fiscus in de vorm van subsidie: de zich onthouden-
de staat werd tot een herverdelende staat; de geldstroom werd verlegd.
Het is echter te simpel om te stellen, dat de overheid nu geheel op de
zelfde voet als het particulier initiatief voorheen instellingen subsidieert uit
sympathie, 'dus niet om haar tot iets te dwingen, doch om haar vrij te maken
van geldnood, ten einde haar in staat te stellen zich naar eigen wezen en
roeping te ontplooien'. ^^ Maar omdat de overheid via de twee wegen van
taakuitbreiding en herverdeling de 'maatschappij' in de staat heeft binnenge-
haald in een mate, die in de 19e eeuw onvoorstelbaar was, moeten bij de
overheid ook de 19e eeuwse 'publiekrechtelijke' bordjes worden' verhangen.
Daar de overheid haar inkomsten via belastingheffing en niet uit eigen ver-
dienste verwerft kan en mag zij inderdaad niet op een zelfde vrijblijvende
manier beschikken over haar financiële middelen als een particulier dat in
volle vrijheid kan of althans zou kunnen. Een eerste punt is aanstonds, dat de
overheid aan het beginsel van de gelijkheid gebonden is. Dat brengt mede,
98. Vgl. par. III.3.1.
99. Dr. Ph.A. Idenburg: 'Plaats en taak van het particulier initiatief, 1976, preadvies
voor de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn.
100. T.a.p. blz. 100.
101. Mr. N. Bolkestein: 'De invloed van de financieele politiek der overheid op de
verdeling van lasten en baten over den tijd', 1948, ac.pr. Utrecht, blz. 7.
102. Zie Bolkestein passim.
103. Aldus Van Haersolte, blz. 15.
108
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's