Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 120

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 120

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

worden in meerdere of mindere mate in de overheidssfeer getrokken.'^ In

navolging van Idenburg^' gaat Van Krefeld zo ver te stellen, dat gesubsidieer-

de activiteiten op het welzijnsterrein door het aandeel, dat de overheid daar-

in in financieel opzicht neemt, geleidelijk in de sfeer van de overheidstaken

zijn komen te vallen. 'De verstatelijkte "particuliere" instellingen zijn in

wezen overheidsinstellingen'. ^ Daarin hgt voor Van Krefeld de rechtvaardi-

ging, ja zelfs de plicht van de overheid om aan de subsidieverlening voorwaar-

den te verbinden.

Op de opvattingen van Van Krefeld valt wel wat af te dingen. Om dit te

onderkennen moet eerst worden teruggekeerd naar de onthoudingsstaat,

waarin talloze — ook naar verhouding kostbare — activiteiten op particulier

initiatief werden ondernomen. Daartegenover had 'het heersende liberalisme

met zijn eisch van Staatsonthouding een tendens (. . .) de Staatsuitgaven laag

te houden. Dit houdt de belastingen laag en maakt leningen niet vaak

nodig'.'' De lage belastingtarieven stelden de burgerij in de gelegenheid om

een deel van haar inkomen aan activiteiten als armenzorg, welzijn of de zorg

voor bijzondere scholen te spenderen. Zowel de gewijzigde opvattingen om-

trent de staatsonthouding als de ontwikkeling der denkbeelden omtrent be-

lastingheffing en overheidsleningen'"^ leidden tot steeds hogere belastingen

en daardoor een steeds verdergaande beperking van de mogelijkheden van

particulieren om aan allerlei activiteiten financieel bij te dragen. Daarnaast

verkreeg de overheid door stijgende belastingopbrengsten in toenemende

mate de mogelijkheid om activiteiten te ontplooien, c.q. financieel te steu-

nen. Gelden, die voorheen door particuüeren aan bepaalde activiteiten be-

schikbaar konden worden gesteld, bereikten sommige van die activiteiten nu

door tussenkomst van de fiscus in de vorm van subsidie: de zich onthouden-

de staat werd tot een herverdelende staat; de geldstroom werd verlegd.

Het is echter te simpel om te stellen, dat de overheid nu geheel op de

zelfde voet als het particulier initiatief voorheen instellingen subsidieert uit

sympathie, 'dus niet om haar tot iets te dwingen, doch om haar vrij te maken

van geldnood, ten einde haar in staat te stellen zich naar eigen wezen en

roeping te ontplooien'. ^^ Maar omdat de overheid via de twee wegen van

taakuitbreiding en herverdeling de 'maatschappij' in de staat heeft binnenge-

haald in een mate, die in de 19e eeuw onvoorstelbaar was, moeten bij de

overheid ook de 19e eeuwse 'publiekrechtelijke' bordjes worden' verhangen.

Daar de overheid haar inkomsten via belastingheffing en niet uit eigen ver-

dienste verwerft kan en mag zij inderdaad niet op een zelfde vrijblijvende

manier beschikken over haar financiële middelen als een particulier dat in

volle vrijheid kan of althans zou kunnen. Een eerste punt is aanstonds, dat de

overheid aan het beginsel van de gelijkheid gebonden is. Dat brengt mede,

98. Vgl. par. III.3.1.

99. Dr. Ph.A. Idenburg: 'Plaats en taak van het particulier initiatief, 1976, preadvies

voor de Nationale Raad voor Maatschappelijk Welzijn.

100. T.a.p. blz. 100.

101. Mr. N. Bolkestein: 'De invloed van de financieele politiek der overheid op de

verdeling van lasten en baten over den tijd', 1948, ac.pr. Utrecht, blz. 7.

102. Zie Bolkestein passim.

103. Aldus Van Haersolte, blz. 15.

108

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 120

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's