Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 136

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 136

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

toonden zich daarbij de pleitbezorgers van de bijzondere universiteiten en

hogescholen. Zij betoogden, dat het algemeen belang gebaat is bij een volle

ontplooiing van de wetenschap, ook indien deze wordt beoefend op een be­

paalde geestelijke grondslag. Nu 40% van de bevolking had bewezen geen

vrede te hebben met het openbaar hoger onderwijs was het onredelijk een zo

groot deel van het volk te belasten met het uitrusten en onderhouden van

bijzondere instellingen en met name de dure faculteiten daarvan.''' 'De over­

heid behoort zich in deze principiële controverse niet partij te stellen door

haar financiële zorg enkel tot de ene groep uit te strekken';^''^ zulks temeer

niet omdat de bijzondere instellingen de onderwijstaak van de overheid ver­

lichten. Beide sprekers zagen de subsidiëring van het bijzonder hoger onder­

wijs als de toepassing van een stuk praktische verdraagzaamheid, zoals die in

een democratisch land past.

Tegen dit betoog werd het gebruikelijke verweer gevoerd, dat het bestaan

van een bijzonder hoger onderwijs naast het openbare de scheiding in het

Nederlandse volk vergroot; het subsidiëren van de bijzondere instellingen zou

een stimulans voor verzuiling en scheiding betekenen.'''^ Ook werd ver­

dedigd, dat de voorgestelde wijzigingen van de HO­wet niet een verdieping

van het hoger onderwijs waarborgden, maar wel zouden leiden tot de beste­

ding van gelden, die op andere terreinen van het onderwijs beter besteed

hadden kunnen worden. Vrij algemeen ­ een uitzondering vormde de

Communistische Partij — was de opvatting, dat het ontwerp de vrijheid van

onderwijs niet aantastte. Door én een tegemoetkoming uit de overheidskas te

verlenen én de afhankelijkheid van de bijzondere instellingen van vrijwillige

bijdragen en contributies te handhaven had de minister 'dit kunststuk op

tamelijk ingenieuze wijze volbracht'.'^

Bij de artikelsgewijze behandeling van het ontwerp werd nog een groot aan­

tal wijzigingen aangebracht, maar het ontworpen subsidiestelsel bleef in

hoofdzaak overeind.^' Op 17 februari 1948 werd het ontwerp met alleen de

stemmen van de communisten en de staatkundig­gereformeerden tegen door

de Tweede Kamer aanvaard.'*^ Op 1 juni volgde de openbare behandeling

door de Eerste Kamer, waar de belangrijkste spreker, de anti­revolutionair

Woltjer^*^ waarschuwde tegen te grote verwachtingen van de aanvaarding van

­»

de VU tegen het ontwerp­Gielen:

— het ontbreken van een vergoeding voor vóór 1947 bij het onderwijs in gebruik zijnde

gebouwen;

— de begrenzing van de salarissen. Eventueel wilde de VU zelf de niet­subsidiabele over­

schrijdingen van het maximum betalen;

— de doelmatigheidsbeoordeling door de minister.

Zie vergadering directeuren en curatoren VU d.d. 20 september 1947.

177. Vgl. par. III.4.3.

178. Aldus Terpstra; Handelingen II 1947­1948, blz. 1436 linkerkolom.

179. Vgl. Van der Burg, blzz. 21­24, en Van Krefeld, blzz. 91­94; beiden betogen, dat

in de subsidiëring juist een ontzmlende onderstroom werkzaam is.

180. Aldus Terpstra; Handelingen II 1947­1948, blz. 1436, rechterkolom.

181. De wet­Gielen voegde aan de HO­wet de artt. 197bis­197novies, 200novies­

200quindecies, 206bis en vier overgangsbepalingen toe.

182. De stemverhouding was 62 tegen 8; Handelingen II 1947­1948, blzz. 1486­1487.

183. Hij was tevens hoogleraar aan de VU en had zich in die kwaliteit uitgesproken voor

124

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 136

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's