De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 202
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
daad wettelijk geregeld/' zij het dat het toezicht op het bijzonder weten-
schappelijk onderwijs aanzienlijk minder omstandig is geregeld dan dat op
andere vormen van bijzonder onderwijs. Bij de voorbereiding van de HO-wet
werd al gesteld, dat het houden van toezicht op bijzondere universiteiten in
strijd is met de Grondwet^" en tot op de huidige dag bestaat slechts een zeer
summier toezicht op de niet erkende en niet uit de openbare kas bekostigde
bijzondere instellingen van wetenschappelijk onderwijs.^* De erkende en/of
uit de openbare kas bekostigde bijzondere universiteiten en hogescholen
staan wel onder toezicht van de overheid. Dit toezicht is drieledig.
De wet-Kuyper stelde de aangewezen bijzondere instelhngen onder toe-
zicht van een commissie ;^^ sedert 1960 houdt deze commissie alleen nog toe-
zicht op de niet of niet krachtens de wet WO bekostigde, erkende bijzondere
instellingen.^^ Ook als een vorm van toezicht is te beschouwen de verplich-
ting van de besturen van de rechtspersonen, waar de erkende en uit de open-
bare kas bekostigde bijzondere instelhngen van uitgaan, om de minister de
gevraagde inhchtingen te verschaffen.^'* Voor de openbare instelhngen rust
deze informatieplicht sedert de invoering van de WUB op de colleges van be-
stuur;^^ terecht ontkennen de besturen van de rechtspersonen, waar de bij-
, zondere instellingen van uitgaan, dat op de colleges van bestuur bij de bijzon-
i dere instellingen ook een dergelijke informatieplicht rust.^*
De wet-Kuyper stelde als voorwaarde voor aanwijzing, dat de bijzondere
instellingen onder toezicht van een college van curatoren zouden staan; ook
de wet WO belastte de colleges van curatoren van zowel de openbare als de
erkende en bekostigde bijzondere universiteiten en hogescholen met het
houden van een zeker toezicht;^' onder de WUB zijn bij de openbare instel-
lingen de colleges van bestuur met deze taak belast.^* Deze coüeges hebben
de bevoegdheid om besluiten van diverse raden en besturen voor schorsing of
vernietiging voor te dragen;-^' besluiten van deze colleges zelf kunnen door de
Kroon worden geschorst of vernietigd.^" Voor de bijzondere instelhngen geldt
deze regeling slechts voorzover zij in de verschillende structuurregehngen is
overgenomen.
De tweede grondwettelijke beperking van de vrijheid van onderwijs is de
bevoegdheid van de overheid tot het instellen van een onderzoek naar de be-
19. De Onderwijsraad maakte in 1977 echter bezwaar tegen het feit, dat in het nieuwe
ontwerp van wet op het basisonderwijs geen plaats was ingeruimd voor het schooltoe-
zicht. Zie Bijlagen bij de Handelingen II 1976-1977, no. 14428; en advies O.R. III/88069
LO dd. 4 november 1976, par. III.3.
20. Zie par. 1.7.4.3.
21. Artt. 144—145 wet WO; deze instellingen behoeven alleen een jaarlijks verslag uit te
brengen. Vgl. par. II.5.4.
22. Art. 201 HO-wet.
23. Artt. 139-143 wet WO.
24. Art. 93 Ud 3 wet WO.
25. Art. 32 lid 2 WUB.
26. Zie par. III.9.7., met name blz. 182 noot 490.
27. Art. 37 wet WO.
28. Art. 31 sub 3 WUB.
29. Artt. 35 leden 2 en 3, 35 bis en 35 ter WUB.
30. Art. 35 leden 1 en 3 WUB.
190
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's