De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 142
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
III.5.5. De subsidiepercentages opnieuw verhoogd
De eerste commissie-Van der Pot^^^ besteedde nogal wat aandacht aan de
voorbereiding van een nieuwe bekostigingsregeHng voor het bijzonder hoger
onderwijs. In een door de commissie belegde hoorzitting werden door ver-
tegenwoordigers van de bijzondere instellingen dan ook heel wat grieven
tegen de vigerende wet-Gielen te berde gebracht. Deze grieven waren ook
minister Rutten bekend en hebben geleid tot de technische herziening van de
wet-Gielen in 1952. Toen na het uitbrengen van het rapport van de commis-
sie-Van der Pot in juni 1952 minister Rutten zijn ontwerp van wet tot rege-
Ung van het hoger onderwijs indiende^''' gaf de daarin opgenomen bekosti-
gingsregeling een tweetal noviteiten te zien: het ontwikkelingsplan en het
financieel schema.^'' Pas de tweede commissie-Van der Pot zou deze beide
begrippen, bedoeld om de bekostiging een planmatiger karakter te geven,
nader uitwerken en vorm geven.
De ontwikkeling van een nieuwe hoger onderwijswetgeving werd enigszins
doorkruist door het verzoek van de bijzondere universiteiten en hogescholen
in 1954 om een verhoging van de subsidiepercentages. Dit verzoek mondde
niet alleen uit in een wettelijke verhoging van de subsidiepercentages,^^* maar
leidde ook tot de instelling van een commissie, die — geheel buiten de her-
ziening van de HO-wet om — moest nagaan in hoeverre de wettelijke bekosti-
gingsregeling nadere wijziging behoefde;^''' naar haar voorzitter werd deze
commissie meestal aangeduid als de commissie-'s Jacob.^'^ Als richtsnoer
voor haar werkzaamheden gold het uitgesproken streven van de regering naar
'geleidelijke doorvoering van de in beginsel wenselijk geachte pacificatiege-
dachte met betrekking tot het hoger onderwijs'.^'^
Tot medio 1957 beraadslaagde de commissie-'s Jacob vrij vruchteloos over
een ambtelijk voorstel om te komen tot een subsidiepercentage van 100%;
een voorstel, dat met name voor de VU onaanvaardbaar was.^^ Vervolgens
ontwierpen de ambtelijke leden van de commissie een subsidiestelsel ge-
baseerd op een standaard-personeelsformatie, een standaard-uitrusting en
standaard-opleidingen; dit voorstel werd door alle bijzondere instellingen als
volkomen onwerkbaar ervaren. Hun vertegenwoordigers deden daarom een
tegenvoorstel. Uitgangspunt daarvan was, dat de bijzondere universiteiten en
hogescholen ten volle bijdroegen tot de ontlasting van de zorg van het rijk
voor het hoger onderwijs. Zij zouden derhalve in beginsel aanspraak kunnen
213.Ziepar. II.5.1.
214. Zieblz. 73.
215. Art. 24 van het ontwerp.
216. Zie par. III.5.4.
217. Besluit van de minister van OKW dd. 3 oktober 1955, HOW 12513.
218. Mr. H.L. 's Jacob was raadadviseur bij het ministerie van OKW. Tevoren was hij
secretaris-generaal bij het ministerie van Financiën en minister van Defensie geweest. De
commissie-'s Jacob telde negen vertegenwoordigers van de bijzondere instellingen en vijf
ambtelijke leden, waaronder twee vertegenwoordigers van de minister van Financiën.
219. Regeringsverklaring dd. 23 oktober 1956.
220. Dit kwam overeen met de unanieme opvatting van de Tweede Kamer; zie het
Voorlopig Verslag naar aanleiding van de nieuwe HO-wet, blzz. 10 en 11, 1954.
130
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's