De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 132
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
De wordingsgeschiedenis van de wet tot subsidiëring van aangewezen
bijzondere universiteiten en hogescholen begon met een uitvoerige raadple-
ging van de confessionele'^* bijzondere insteUingen. De regering had zich
weliswaar de subsidiëring van het bijzonder hoger onderwijs ten doel gesteld,
maar alles wijst er op, dat zij eigenlijk geen flauwe notie had hoe die vork in
de steel gestoken moest worden. Daarom werden eerst de te subsidiëren
instellingen zelf gepolst over hun standpunt ten aanzien van het beginsel van
subsidiëring, de wettelijke grondslag daarvan, het stelsel en de voorwaarden
van subsidiëring.'^''
Procedureel was een consultatie van de betrokken bijzondere universiteiten
en hogescholen juist te achten. Ook indien men er van uitgaat, dat de ver-
lening van subsidie bij eenzijdige publiekrechtelijke rechtshandehng tot stand
komt'^^ — en dit is vrijwel zonder uitzondering het geval — dan nog zal het
noodzakelijk zijn, dat tussen de subsidiërende overheid en de te subsidiëren
instellingen een zekere mate van wilsovereenstemming bestaat omtrent de te
treffen regeling. Het gevaar van subsidieverlening bij eenzijdige rechtshande-
ling is, dat een regehng of voorwaarden tot stand komen, die voor de te sub-
sidiëren particulieren onaanvaardbaar zijn. Temeer geldt dit in de gevallen,
waarin de subsidieregeling bij wet tot stand komt en derhalve minder flexibel
en aanpasbaar is dan een subsidieverlening bij individuele beschikking; een
individuele beschikking en zeker de ongereglementeerde is in beginsel vrij
eenvoudig te wijzigen, indien zou blijken, dat de getroffen regeling niet aan
de eisen van de praktijk beantwoordt. Het is derhalve geboden om met name
wettelijke subsidieregelingen niet eenzijdig, maar juist in overleg voor te be-
reiden, opdat bij de uiteindelijke eenzijdige vaststelling van de subsidie-
regeling de aanvaardbaarheid daarvan voor de gesubsidieerden vast staat.'^'
De opvattingen van de geraadpleegde instellingsbesturen lagen niet ver uit-
een. Voorop stond, dat het als gevolg van de erkenning van de vrijheid van
onderwijs en de vrijheid van richting een eis van verdelende gerechtigheid is
om de verschillende richtingen van onderwijs naar gelijke maatstaf uit de
pubheke middelen te steunen.'*" Subsidiëring werd principieel juist en in de
lijn van de onderwijspacificatie geacht.'*' Het te verwezenlijken subsidie-
stelsel zou de vrijheid van handelen zo min mogelijk mogen belemmeren;
niettemin werd het recht en zelfs de plicht van de overheid erkend om zich
zekerheid te verschaffen omtrent de besteding van de subsidiegelden. Met het
oog daarop achtten de besturende colleges van de VU het beter om de over-
heidssteun voorlopig te beperken tot de uitgaven voor de stichting, instand-
houding en inrichting van gebouwen. Daarnaast zouden als vanouds bepaalde
156. De NEH is tot het laatst buiten de voorbereiding van de wet-Gielen gehouden.
157. Sassen vroeg mondehng om deze informatie, notulen vergadermg directeuren VU
dd. 3 augustus 1946, blz. 904.
158. Vgl. par. III.4.1., Steenbeek, blzz. 84-85.
159. Ziepar. III.8.
160. Aldus het Nijmeegse standpunt; bnef dd. 20 augustus 1946, no. Q 11596/545,
Archief K.H. Tilburg.
161. Aldus het standpunt van de VU; notulen vergadermg directeuren, curatoren en
senatus contractus d.d. 14 september 1946, blzz. G. 47—48. Zie ook Archief directeuren
VU 1945, no. la, de nota-Boesenkool.
120
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's