De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 178
Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam
De betrokkenheid van curatoren bij het onderwijs en het onderzoek aan de
VU beperkte de taak van de senaat en van de faculteiten. De opsomming van
taken van de senaat aan de VU is gelijk aan de wetteliike omschrijving van de
taken van de academische senaten bij de rijksinstellingen.''^^ Toch onder-
scheidde de senaat van deze bijzondere universiteit zich van de overige, om-
dat hij onder toezicht van het college van curatoren stond; curatoren hadden
onder meer het recht de vergaderingen van de senaat bij te wonen. Het acade-
misch bestuur aan de VU was dus niet uitsluitend aan academische bestuurs-
organen opgedragen, maar ook aan het college van curatoren; reden waarom
van een academisch zelfbestuur als bij de rijksinstellingen geen sprake was.
Dit constaterende kan de conclusie dan ook geen andere zijn, dan dat de
inrichting van het bestuur aan de VU is beïnvloed door zowel het privaat-
rechtelijk karakter van deze universiteit als door de eigen richting daarvan.
III.9.2. Het voorontwerp
Vanaf het midden van de zestiger jaren liet zich aanzien, dat de hiervoor ge-
schetste bestuursvorm zich op den duur niet zou kunnen handhaven tegen-
over het streven naar ingrijpende structurele veranderingen in het openbaar
en bijzonder wetenschappelijk onderwijs — externe democratisering, her-
structurering van het onderwijs, beperking van de aantallen eerstejaars-
studenten. Als eerste besteedde de Academische Raad aandacht aan de vraag
hoe de universitaire bestuursstructuur kon worden aangepast aan de eisen,
die de opvang van steeds grotere aantallen studenten aan de universiteiten en
hogescholen stelde. In de periode 1965-1967 werd door de Raad een eerste
voorstel voor een ingrijpende bestuurshervorming voorbereid: het rapport-
Maris."***
Ondanks het uitlekken van dit rapport en de daardoor veroorzaakte onrust
onder de studenten"*"' leek een bestuurshervorming zich aanvankelijk langs
de bekende lijnen der geleidelijkheid te zullen gaan voltrekken. Begin 1967
verklaarde minister Veringa, dat ook hij zich ten doel stelde om het universi-
taire bestuur te hervormen, waarbij hij met name dacht aan een democrati-
sering van dat bestuur. Het zou echter nog ruim een jaar duren eer hij met
voorstellen kwam; een voorstel van enkele Tweede Kamer-fracties om in-
tussen een 'experimenteerartikel' in de wet WO op te nemen'"'* wees hij van
de hand. Met de bezetting door studenten van de senaatszaal van de KHT en,
nadat het college van curatoren tot sluiting van de hogeschool was overge-
gaan,'*"^ van de gehele hogeschool sloeg de vlam echter in de pan.
403. Vgl. art. 54 van het Reglement voor de VU dd. 16 maart 1968.
404. Zie H.F. Cohen: 'De strijd om de academie', 1975, blzz. 19-33.
405. De onrust werd aangewakkerd door de indiening van het ontwerp-Diepenhorst tot
het instellen van een numerus clausus; zie par. II.6.2. Bovendien werd de onrust gesti-
muleerd door voorbeelden elders in de wereld: de Verenigde Staten, Duitsland, Frankrijk,
Italië, enz.
406. De fracties van D'66 en PvdA toonden zich de grootste voorstanders van experi-
menten met de bestuursstructuur.
407. De bezetting van de KHT vond plaats op 28 april 1968 en de daarop volgende
dagen.
166
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978
Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's