Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 159

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 159

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

Tegenover dit geprofileerde standpunt van de overheid stond niet een even

afgewogen gezamenlijk oordeel van de vier instellingen. Integendeel: aan de

VU begon men zich pas in 1964 te bezinnen op de vraag of 100% subsidie

wel wenselijk was; de besturende colleges van de NEH waren toen al tot de

opvatting gekomen, dat onder het stellen van een aantal voorwaarden,^'' ge-

lijkstelling aanvaardbaar zou zijn.

Na ruim een halfjaar vergaderen kwam het overleg in de werkgroep-Piekaar

tot een voorlopig eindresultaat, dat voor de bijzondere instellingen zeker niet

onbevredigend was.^"** Overeenstemming werd bereikt over de interpretatie

en de uitvoeringswijze van de financiële bepalingen van de wet WO. Het

subsidiestelsel zou repressief van aard blijven, maar de bijzondere instellingen

zouden voortaan het AFS als richtlijn bij het opstellen van de begrotingen

hanteren, voorzover dit althans niet met de eigen verantwoordelijkheid in

strijd geacht zou worden. Daartegenover zou de minister jaarlijks het con-

cept-AFS aan deze instellingen voor commentaar toezenden.^^ Bovendien

zou eveneens jaarlijks worden overlegd over de in de rijksbegroting op te

nemen bijdragen. Voor wat betreft de subsidies uit andere overheidskassen

verklaarden de bijzondere instellingen zich bereid jaarlijks een door een

accountant te bevestigen verklaring af te geven, dat deze subsidies niet in

strijd met de wettelijke bepalingen waren gebruikt.

Geen overeenstemming werd daarentegen bereikt terzake van de perso-

neelsformatie ; de bijzondere instellingen achtten het haar eigen bevoegdheid

en verantwoordelijkheid om de omvang van de formatie te bepalen en wezen

ieder preventief toezicht op de vaststelHng van de omvang van de formatie

door de overheid categorisch af. Zij waren slechts bereid om de minister de

nodige gegevens te verstrekken en een repressief toezicht te aanvaarden. Ook

waren zij bereid om, met behoud van de eindbeslissing, met de minister te

overleggen over de instelling van nieuwe leerstoelen.

Op basis van de bereikte resultaten verklaarden de ambtelijke leden van de

werkgroep-Piekaar zich bereid te bevorderen, dat krachtens een nog tot stand

te brengen regehng de bijdragen van de bijzondere instelhngen in de kosten

van interuniversitaire instituten door het rijk op dezelfde voet als voor de

openbare instellingen, derhalve voor 100%, zouden worden vergoed.^"^

Bovendien verklaarde de minister zich van zijn kant bereid — overigens niet

dan na lang aarzelen en na krachtige aandrang van de bijzondere instel-

299. Die voorwaarden waren, dat de financiële gelijkstelling inderdaad alleen maar

financieel zou zijn en dat een vrije af- en overschrijvingsregeling van gelden van het ene

begrotingsjaar naar het andere en tussen verschillende begrotingsposten getroffen zou

worden.

300. De werkgroep vergaderde op 11 september, 30 oktober, 20 november 1964, op 5

en 28 januari 1965 en op 11 februari 1965 onder voorzitterschap van de minister zelf.

Tevoren hielden de bijzondere instellingen steeds een voorbereidende vergadering. Zie ver-

slagen en eindrapport, Archief directeuren VU, dossier 4.21.1.

301. Dit in afwijking van art.99 Md 2 wet WO, dat uitsluitend de toezending van het

definitieve AFS voorschrijft.

302. Art. 36 wet WO had deze instituten in 1960 geïntroduceerd. Een nadere regeling

kwam tot stand bij KB van 25 augustus 1965, Stb. 391.

147

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 159

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's