Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 223

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 223

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

t e n , " ' 'uiteraard met inachtneming van de regeling van de examenpro-

gramma's in het Academische Statuut, die echter steeds vaker zeer globaal

wordt gehouden. Er is op dit zeer belangrijke punt zelfs geen voorbehoud

van goedkeuring door de senaat gemaakt ofschoon dat lichaam volgens de

Hoger-Onderwijswet 1876 het collegerooster (series lectionum) voor de ge-

hele universiteit vaststelde'.'^"

In het algemeen kan dus worden vastgesteld, dat de wet WO in navolging

van de HO-wet zowel de openbare als de bijzondere instellingen een grote

vrijheid laat bij de inrichting van het wetenschappelijk onderwijs. Wel bestaat

bij de overheid de neiging om de programmering van het wetenschappelijk

onderwijs aan een steeds groter aantal richtlijnen — onder andere met betrek-

king tot de cursusduur - te binden.'^' De faculteiten en de docenten dienen

aan deze summiere omschrijving meer inhoud te geven. Daardoor kan de in-

richting van het onderwijs in bepaalde studierichtingen soms van instelling

tot instelling sterk verschillen; aan de hand van de door het Academisch Sta-

tuut gegeven hoofdlijnen kunnen de accenten door de faculteiten zeer ver-

schillend worden gelegd. Dit treedt aan het licht bij het zogenaamde leer-

stoelenbeleid van de verschillende instellingen van wetenschappelijk onder-

wijs, dat is het beleid met betrekking tot de benoeming van hoogleraren en

lectoren. Ook getalsmatig kunnen daardoor de verschillen in omvang tussen

gelijke faculteiten soms zeer groot zijn.'^^

Naast de vrijheid tot het nader inrichten van de in het Academisch Statuut

opgenomen studierichtingen kan de behoefte ontstaan om ook daarin niet

vermelde studierichtingen in te richten. De wet WO biedt de erkende instel-

lingen van wetenschappelijk onderwijs daartoe de gelegenheid.'^^ Ook buiten

deze instellingen kan echter behoefte aan de inrichting van nieuwe studie-

richtingen ontstaan. De ontwikkeling van het hoger handelsonderwijs is daar-

van een voorbeeld; een ander, meer recent voorbeeld is de ontwikkeling van

de opleiding bedrijfskunde door de Stichting Nijenrode.'^'*

Deze beide voorbeelden geven aan, dat de behoefte om nieuwe studierich-

tingen in te richten soms aanleiding kan zijn tot het oprichten van nieuwe

instellingen van wetenschappelijk onderwijs. Ten opzichte van de erkende

universiteiten en hogescholen, die ten laste van 's rijks kas nieuwe studierich-

tingen tot ontwikkeling kunnen brengen, verkeren dergelijke nieuwe instel-

lingen zeker in financieel opzicht in het nadeel.'^' Toch zou het strijdig zijn

met het belang van de verdere ontwikkeling van de wetenschap en het weten-

schappelijk onderwijs om aan dergelijke nieuwe instellingen a priori iedere

overheidssteun te onthouden. De overheid dient dan ook genuanceerd te zijn

119. Vgl. art. 5 9 ü d 3 wetWO.

120. Aldus Arriëns, blz. 106.

121.Ziepar. II.7.1.enII.7.2.

122. In 1976 telde de faculteit der rechtsgeleerdheid aan de VU twaalf hoogleraren, die

aan de Rijksuniversiteit te Leiden had 36 hoogleraren.

123. Artt. 20 en 21 wet WO; vgl. par. IV.3.2.

124. Art. 25 wet WO; zie ook Bijlagen bij de HandeUngen II 1974-1975, no. 13277,

wet van 5 november 1975, Stb. 623.

125. Anders ligt dit met de bekostiging van de theologische hogescholen, die buiten de

wet WO om geschiedt; zie par. II.5.4.

211

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 223

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's