Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 197

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 197

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

studenten tot een gedeeltelijke ontwrichting van het wetenschappelijk onder-

wijs hadden geleid, diende de in 1973 opgetreden staatssecretaris Klein een

wetsontwerp^"^ in, dat tot doel had de collegegeldtarieven te verlagen tot

f 500 per jaar. De bepalingen van dit ontwerp zouden voorwaarden voor be-

kostiging van het bijzonder wetenschappelijk onderwijs zijn.

Van studentenzijde werd op dit wetsvoorstel negatief gereageerd. Dit

deed bij de nijmeegse rector magnificus de vrees post vatten, dat op de

bijzondere instellingen grote druk uitgeoefend zou gaan worden om aan deze

subsidievoorwaarde niet te voldoen en om in plaats daarvan het collegeld-

tarief op "f 200 te stellen. Hij pleitte er dan ook voor om de voorgestelde

wettelijke bepalingen rechtstreeks op de bijzondere instellingen van toe-

passing te verklaren - dus niet als een voorwaarde voor bekostiging.^"' Hij

betoogde, dat indien de wetgever deze bepalingen niet rechtstreeks van toe-

passing zou verklaren de bijzondere instellingen zich wel eens niet verplicht

zouden kunnen voelen om aan deze subsidievoorwaarde te voldoen.

Tegen het voorstel-Duynstee keerde zich de rector magnificus van de VU.

'In de praktijk stellen de bijzondere instellingen zich ten aanzien van de rijks-

regelingen op als binden die hen rechtstreeks'. Hij waarschuwde er echter

voor 'uit deze ontwikkeUng de consequenties te trekken door de betreffende

regeling de bijzondere instellingen rechtstreeks te doen binden. Het lijkt mij,

dat enige reserve tegen deze gelijkschakeling op zijn plaats is. Het gaat in

tegen het systeem der wet en kan het begin van het einde inluiden van het

privaatrechtelijk karakter van de bijzondere insteOingen'.'* Ook de tilburgse

rector magnificus kon het voorstel-Duynstee bezwaarlijk onderschrijven.'"'

De betrokken bewindsHeden daarentegen voelden wel voor dit voorstel en

voegden bij nota van wijziging een art. X aan het ontwerp toe, waarin werd

bepaald, dat een aantal van de voorgestelde wetsartikelen 'mede van toepas-

sing op de bijzondere universiteiten en hogescholen' zou zijn. '*

Het bestuur van de Vereniging, onbekend met het voorstel-Duynstee,

maakte, toen de Collegegeldwet eenmaal het staatsblad had bereikt,'"' ernstig

bezwaar tegen de onaangekondigde, tussentijdse wijziging van het ontwerp.

Dit college merkte terecht op, dat als gevolg van deze wijziging iedereen een

recht van inschrijving bij de bijzondere insteUingen verkreeg; het stellen van

toelatingseisen verband houdende met de eigen aard van de bijzondere instel-

lingen"" werd daardoor onmogelijk. Het ingevoegde artikel kon 'geen andere

betekenis hebben dan die van een voorwaarde voor bekostiging. Het verdient

daarom aanbeveling deze betekenis ook uit de formulering te doen blijken,

zulks met het oog op het gevaar van de precedentwerking, die zulk een in de

504. Bijlagen bij de Handelingen II 1973-1974, no. 12777.

505. Brief van rector magnificus KU, prof. mr. F.J.F.M. Duynstee dd. 28 maart 1974,

no. 205047. Deze brief werd gericht aan zijn beide ambtgenoten bij de VU en de KHT en

aan het departement van Onderwijs en Wetenschappen.

506. Brief van prof. mr. LA. Diepenhorst dd. 4 aprU 1974, no. 1104.

507. Brief van prof. dr. ir. G.C. Nielen dd. 8 april 1974, DAZ/SJ 14.098.

508. Zie nota van wijziging dd. 11 apnl 1974; vgl. artt. III en X van het ontwerp. .

509. Wet van 3 juli 1974, Stb. 421.

510. Zoals de tot de tweede wereldoorlog aan de VU gestelde eis, dat zowel het perso-

neel als de studenten de grondslag van de universiteit moesten ondertekenen.

185

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 197

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's