Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 13

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 13

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

3 minuten leestijd

De samenvoeging van België met de noordelijke provincies maakte het

noodzakelijk om al in 1815 opnieuw een nieuwe Grondwet tot stand te

brengen. Bij de voorbereiding daarvan werd besloten om de woorden 'ter

bevordering van Godsdienst' uit het onderwijsartikel van de Grondwet te

schrappen om te voorkomen, dat die woorden 'in de daad door de R.C.

geestelijken en anderen verkeerd zouden worden opgevat'''* als 'Protestantsche

proselytenmakerij'.'^ Met hetzelfde doel werden het onderwijs eri het arm-

bestuur gezamenlijk in een apart hoofdstuk van de Grondwet ondergebracht.

Het onderwijsartikel kwam te luiden: 'Het openbaar onderwijs is een aan-

houdend voorwerp van de zorg der Regering. De Koning doet van den staat

der hooge, middelbaare, en lage scholen, jaarlijks aan den Staten-Generaal

een uitvoerig verslag geven'.'*

Hoewel zowel in de grondwetscommissie van 1814 als in die van 1815

strijders 'voor het positieve Christelijke beginsel' zitting hadden, schijnt 'het

gemis der grondwettelijk gegarandeerde Vrijheid van Onderwijs' niet te zijn

gevoeld.''' Maar terwijl de beide Grondwetten het bijzonder onderwijs niet

met zoveel woorden noemden, wordt toch algemeen aangenomen, dat het

niet de bedoeling van de grondwetgevers is geweest om een onderwijsmono-

polie ten gunste van de openbare school te vestigen. Door over het bijzonder

onderwijs te zwijgen wekten zij de indruk dit onderwijs vrij te willen laten.'^

Ook de tijdgenoot lijkt te hebben onderkend, dat de Grondwet als zodanig

geen blaam trof voor het latere streven van de overheid om een onderwijs-

monopolie te vestigen.''

1.1.3. Het Organiek Besluit tot regeling van het hoger onderwijs

Spoedig na de omwenteling van 1813 werden de eerste voorbereidingen ge-

troffen om te komen tot een algemene regeling van het hoger onderwijs in

Nederland. Een commissie^ bracht daartoe advies uit aan de regering.^' Bij

schappijschool', 1933. Het duurde overigens tot 1829 eer met de voorbereiding van een

wettelijke regeling van het middelbaar onderwijs werd begonnen en tot 1863 eer een der-

gelijke regeling tot stand kwam.

14. Aldus dr. H.T. Colenbrander: 'Ontstaan der Grondwet', 1908, deel II blz. 543. De

opzet van de grondwetscommissie ten aanzien van het onderwijsartikel was, aldus één der

commissieleden: 'het artikel kan en behoort geen redelijk mensch te ergeren'.

15. Vgl. dr. J.H.J.M. Witlox: 'De KathoHeke Staatspartij in haar oorsprong en ontwikke-

ling geschetst', 1919, deel I blz. 148; Scholten, blzz. 29 e.v.

16. Art. 226 Grondwet 1815.

17. Aldus Scholten, blz. 15.

18. Vgl. Scholten, blz. 33; prof.mr. D.P.D. Fabius: 'Wezen en praktijk der vrijzinnig-

heid', 1905, blzz. 44 e.v.; B. de Gaay Fortman: 'Gijsbert Karel van Hogendorp en de

Grondwet van 1814', ac.pr. VU 1907, blzz. 106 e.v.; C. de Ru: 'De strijd over het hoger

onderwijs tijdens het ministerie-Kuyper', ac.pr. VU 1953, blz. 7.

19. Zo merkte Gerlache op: 'La loi fondamentale de 1815 ne méritait peut-être pas Ie

dédain extreme avec lequel la traitèrent nos constituants de 1831. Ce ne fut point tant

cette charte qui engendra les griefs, que Ie mauvais esprit que l'interprétait' in 'Histoire du

Royaume des Pays-Bas', deel I blz. 312, geciteerd door Scholten en Witlox. Scholten,

blz. 23, meent overigens, dat de LO-wet 1806 reeds uitging van de vestiging van een

monopoUe.

20. Ingesteld bij KB van 18 januari 1814, no. 66.

21. Bij dit advies dd. 31 mei 1814 waren twee minderheidsadviezen gevoegd.

3

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 13

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's