Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 198

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 198

Academisch proefschrift ter verkrijging van de graag van doctor in de Rechtsgeleerdheid aan de Vrije Universiteit te Amsterdam

2 minuten leestijd

wet opgenomen onjuiste of onvolledige formulering voor later wetgeving zou

kunnen hebben'.^"

Staatssecretaris Klein antwoordde het bestuur der Vereniging dat de invoe-

ging van art. X in het ontwerp welbewust had plaatsgevonden.^'^ Hij meende

zelfs, dat er 'aanleiding bestond om de vraag onder ogen te zien of er niet

nog andere wetsbepalingen zijn, die in aanmerking zouden kunnen

komen . . . om te worden ingedeeld bij de bepalingen, die voor beide vormen

van wetenschappelijk onderwijs gelden als rechtstreeks verbindende voor-

schriften'. Gezamenlijk protesteerden de besturen van de drie bijzondere in-

stellingen tegen de opstelling van de bewindsman. 'Wij zijn tot de conclusie

gekomen, dat het gelet op de grondwettelijke bepalingen over het onderwijs

van principiële betekenis is, dat bij de bijzondere instellingen inschrijving,

collegegeld en examengeld privaatrechtelijk van karakter blijven. Wij verzoe-

ken U dan ook, te willen afzien van de gedachte om op deze zaken betrek-

king hebbende bepalingen over te brengen naar die categorie van wetsbepa-

lingen, welke voor openbaar en bijzonder wetenschappelijk onderwijs gelijke-

lijk verbindend zijn'.'^^

Terecht hebben de bijzondere instellingen ernstige bedenkingen geuit tegen

de opstelling van staatssecretaris Klein. Een rechtstreeks verbindend voor-

schrift is immers geen vrijwillig aanvaarde, maar een onvoorwaardelijke be-

perking van de vrijheid van onderwijs. Dergelijke wetsvoorschriften zijn in

strijd met de Grondwet. Het voornemen van staatssecretaris Klein is

f

sedertdien ook niet opnieuw aan de orde geweest; wellicht zou bij een inci-

dentele wetswijziging de ongrondwettige beperking van de vrijheid van

» onderwijs alsnog moeten worden omgezet in een vrijwillig aanvaarde, speciale

restrictie.

511. Brief van bestuur VU dd. 29 juU 1974.

512. Brief van staatssecretaris Klein dd. 12 maart 1975, DGWO/JZWO 251131.

513. Brief verzonden door de KU — waar prof. Duynstee indertijd rector magnificus

was! - dd. 22 april 1975, no. 224.974.

186

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's

De vrijheid van het bijzonder onderwijs - pagina 198

Bekijk de hele uitgave van maandag 1 mei 1978

Publicaties VU-geschiedenis | 264 Pagina's